Strafrecht overig

Beklag ex art. 552a Sv van verdachte in strafzaak tegen kennisneming en gebruik van geheimhoudersgegevens en…

Zaakgegevens

Op 1 juli 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juli 2025
Datum publicatie
26 juni 2025
Zaaknummer
25/00419
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1027
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag ex art. 552a Sv van verdachte in strafzaak tegen kennisneming en gebruik van geheimhoudersgegevens en verzoek tot vernietiging daarvan i.v.m. verschoningsrecht. Ontbrekend p-v van onderzoek door raadkamer, art. 25.1 Sv.

O.g.v. art. 25.1 Sv moet van onderzoek door raadkamer door griffier een p-v worden opgemaakt met daarin zakelijke inhoud van afgelegde verklaringen en wat verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat daarnaast voorschriften over inrichting, vaststelling en ondertekening van dat p-v en voeging ervan bij processtukken. P-v ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. Naar aanleiding van verzoek dat raadsman o.g.v. art. 4.3.6.3 van Procesreglement HR heeft gedaan, is bij Rb nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat geen p-v is opgemaakt.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:565
  2. Hoge Raad · 1 juli 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1027

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00419 Bv

Datum 1 juli 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2025, nummer RK 24/007338, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat Th.J. Kelder bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in strijd met artikel 25 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) geen proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 13 augustus 2024 is opgemaakt.

2.2

Op grond van artikel 25 lid 1 Sv moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en wat verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat daarnaast voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken.

2.3

Het proces-verbaal waarop het cassatiemiddel doelt, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een verzoek dat de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft gedaan, is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat geen proces-verbaal is opgemaakt. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.