Strafrecht overig
Economische zaak. Dodelijk arbeidsongeval met betonpompwagen in 2016 in Heerlen. Dood door schuld, begaan…
ECLI:NL:HR:2025:107 · Hoge Raad · 4 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-107
Zaakgegevens
Op 4 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 februari 2025
- Datum publicatie
- 21 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/04209
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:107
Samenvatting
Economische zaak. Dodelijk arbeidsongeval met betonpompwagen in 2016 in Heerlen. Dood door schuld, begaan door rechtspersoon (art. 307.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. gebruik van “tabel van Schwing” en mede daarop gebaseerde theoretische modellen en analyses voor bewijs, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht t.a.v. het opstellen van betonpompwagen zonder dat navraag was gedaan over draagvermogen van ondergrond en/of toegestane bodemdruk. 3. Bewijsklacht schuld. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken van schuld door onvoorzienbaarheid van gevolgen, art. 359.2 Sv. 4. Bewijsklacht causaliteit. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat t.g.v. verweten gedragingen een steunvoet van betonpompwagen wegzakte waardoor distributiemast naar beneden is geslagen en op slachtoffer terecht is gekomen die daardoor is overleden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 oktober 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:8975Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1270Hoge Raad · 4 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:107
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04209 E
Datum 4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 25 oktober 2023, nummer 21-001703-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat in 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.