Strafrecht overig

Diefstal, art. 310 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld…

Zaakgegevens

Op 2 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 september 2025
Datum publicatie
1 september 2025
Zaaknummer
23/01500
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1225
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal, art. 310 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Heeft hof kunnen oordelen dat mededeling uitspraak van vonnis Rb in persoon aan verdachte is uitgereikt?

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft geoordeeld dat het “aannemelijk” is dat er op 7-4-2021 aan verdachte een document is overhandigd dat vonnis behelst. Hof heeft daarbij de volgende aanwijzingen betrokken: dat geen sprake is van voorwaardelijke straf “waarbij het nog zou kunnen gaan om het uitreiken van voorwaarden” en dat het, gelet op vermelding van juist parketnummer op akte in combinatie met justitiële documentatie - waarop staat dat zaak op 22-4-2021 onherroepelijk is geworden (precies 14 dagen na uitreiking van akte) -, niet anders kan zijn dan dat deze akte van uitreiking in persoon “betrekking heeft gehad op mededeling van vonnis”. Dat “aannemelijk” is dat op 7-4-2021 aan verdachte een document is overhandigd dat vonnis behelst, is (gelet op de door hof genoemde aanwijzingen) niet onbegrijpelijk. Aannemelijkheid is evenwel niet toereikend. Tekst van art. 408.2 Sv vereist dat “zich omstandigheid heeft voorgedaan” waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is. Die omstandigheid moet dus vaststaan, aangezien anders niet kan worden gezegd dat deze zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. Gelet op gevolgen die aan bekendheid met einduitspraak worden verbonden, moeten aan vaststelling van dergelijke omstandigheid wezenlijke eisen worden gesteld. Door hof genoemde aanwijzingen zijn niet toereikend om te kunnen vaststellen dat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is geworden. Doorslaggevend is dat in akte die is uitgereikt op 7-4-2021 niet is vermeld wat door verbalisant aan verdachte is uitgereikt en dat vonnismededeling behorend bij of gehecht aan “akte van uitreiking” zich niet bevindt bij de aan HR gezonden stukken.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:808
  2. Hoge Raad · 2 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1225

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01500

Datum 2 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 april 2023, nummer 21-002895-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ArnhemLeeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat het hoger beroep te laat is ingesteld.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2025.