Strafrecht overig

Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en/of MDMA, art. 10a.1.3 Opiumwet…

Zaakgegevens

Op 9 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2025
Datum publicatie
5 september 2025
Zaaknummer
24/02538
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1248
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en/of MDMA, art. 10a.1.3 Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van buiten bewezenverklaarde periode gevoerde telefoongesprekken voor bewezenverklaring, bestemmingsvereiste en opzet. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie.

Volgt verwerping. Samenhang met 24/02552.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 juli 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:2261
  2. Conclusie A-G · 27 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:982
  3. Hoge Raad · 9 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1248

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02538

Datum 9 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juli 2024, nummer 20-002228-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 44.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.