Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art…
ECLI:NL:HR:2025:1301 · Hoge Raad · 16 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1301
Zaakgegevens
Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Datum publicatie
- 12 september 2025
- Zaaknummer
- 23/03144
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1301
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. telen van hennep (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en uitkeringsfraude (art. 227b Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, (“screenshot” van voorpagina van) appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsvrouw verzonden document waarin (kennelijk) grieven zijn opgenomen en dat (deels) aan cassatieschriftuur is gehecht?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan cassatieschriftuur is “screenshot” van voorpagina van appelschriftuur van raadsvrouw gehecht. Die appelschriftuur is gestempeld door griffie Rb. Aan herkomst van het in cassatie overgelegde document behoeft redelijkerwijs niet te worden getwijfeld. Daaraan doet niet af dat hof bij brief heeft medegedeeld dat appelmemorie met datumstempel zich niet in dossier van hof bevindt. Uit (aanvullende) cassatieschriftuur is immers op te maken dat het gaat om afbeelding van digitaal dossier van Rb. Op afbeelding is ook in bovenbalk van digitale applicatie een van de in eerste aanleg gehanteerde parketnummers te zien. Aan cassatieschriftuur gehecht document wekt ernstig vermoeden dat hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte n-o heeft verklaard in zijn h.b. Uit dat stuk volgt immers dat er wel appelschriftuur is ingediend waarop hof (ervan uitgaande dat daarin grieven zijn geformuleerd) acht had moeten slaan.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/03145 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 augustus 2025
ECLI:NL:PHR:2025:898Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1301
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03144
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer 23-001051-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.M. Peeperkorn bij schriftuur en aanvullende schrifturen een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.