Strafrecht overig

Medeplegen gekwalificeerde woninginbraak met geweld (art. 312.2 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt…

Zaakgegevens

Op 30 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
26 september 2025
Zaaknummer
23/04166
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1398
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen gekwalificeerde woninginbraak met geweld (art. 312.2 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over daderspoor (DNA-spoor), art. 359.2 Sv 2. Afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot het doen van nader onderzoek naar DNA-sporen op activiteitenniveau. 3. Gebruik voor bewijs van verklaringen van medeverdachte tijdens WOD-traject. Verweer dat WOD-traject tegen medeverdachte onrechtmatig was.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04308.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 oktober 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:9040
  2. Conclusie A-G · 17 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:685
  3. Hoge Raad · 30 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1398

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04166

Datum 30 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2023, nummer 21-001449-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.C. Reisinger bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.