Strafrecht overig

Seksueel misbruik van 2 minderjarige kinderen, die regelmatig bij verdachte en zijn partner logeren en aan…

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
7 oktober 2025
Zaaknummer
23/04030
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1505
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Seksueel misbruik van 2 minderjarige kinderen, die regelmatig bij verdachte en zijn partner logeren en aan zijn zorg zijn toevertrouwd, art. 244 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr en art. 249.1 (oud) Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.g.v. niet digitaal procederen, art. 432a Sv en art. 4.2.4 en 4.3.3.3 Procesreglement HR. Is beroep ontvankelijk, nu cassatieschriftuur per post en niet via webportaal is ingediend?

Schriftuur is in strijd met art. 432a Sv en art. 4.2.4 en 4.3.3.3 Procesreglement HR door raadsman niet ingediend door plaatsing in webportaal. Raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen maar daarvan is geen gebruik gemaakt. Verdachte heeft dus niet op voorgeschreven manier bij HR door raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen doen indienen. Gevolg daarvan is dat HR het beroep van verdachte niet in behandeling kan nemen.

Verdachte n-o.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 3 oktober 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:2222
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:687
  3. Hoge Raad · 14 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1505

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04030

Datum 14 oktober 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2023, nummer 23-003335-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.S. Rozenbeek bij een alleen per post ingediende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

De schriftuur is in strijd met artikel 432a van het Wetboek van Strafvordering en artikel 4.2.4 en 4.3.3.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden door de raadsman niet ingediend door plaatsing in het webportaal. De raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen maar daarvan is geen gebruik gemaakt.

2.2

De verdachte heeft dus niet op de voorgeschreven manier bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen doen indienen. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.