Strafrecht overig
Poging tot verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Heeft hof (door o.b.v…
ECLI:NL:HR:2025:1548 · Hoge Raad · 14 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1548
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2025
- Datum publicatie
- 9 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/02215
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1548
Samenvatting
Poging tot verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Heeft hof (door o.b.v. verklaringen van aangeefster te concluderen dat zij consistente en gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd die gepaard gingen met zichtbare emoties) zich in zijn nadere bewijsoverweging beroepen op niet in bewijsmiddelen vermelde gegevens zonder daarbij met voldoende mate van nauwkeurigheid die feiten en omstandigheden aan te duiden noch wettig b.m. aan te geven waaraan het die f&o heeft ontleend?
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Er is geen grond voor conclusie dat hof (onderdelen van) de niet voor bewijs gebruikte verklaringen van aangeefster redengevend heeft geacht voor bewijs. Omstandigheid dat verklaringen gepaard gingen met zichtbare emoties bij aangeefster is door hof aangemerkt als steunbewijs voor betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. Dit betreft omstandigheid die ten grondslag is gelegd aan weerlegging van gevoerd betrouwbaarheidsverweer. Hof heeft door verdediging gevoerd betrouwbaarheidsverweer op niet onbegrijpelijke wijze en toereikend gemotiveerd verworpen. Ook overigens is ’s hofs oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor poging tot verkrachting niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 mei 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1492Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:816Hoge Raad · 14 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1548
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02215
Datum 14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2024, nummer 23-000004-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.