Strafrecht overig

Verkrachting van patiënten door huisarts, art. 242 (oud) Sr. 1. Bewijsklachten m.b.t. bestanddeel dwingen…

Zaakgegevens

Op 11 november 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2025
Datum publicatie
6 november 2025
Zaaknummer
24/01111
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1649
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verkrachting van patiënten door huisarts, art. 242 (oud) Sr. 1. Bewijsklachten m.b.t. bestanddeel dwingen door ‘andere feitelijkheid’. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van verklaring van getuige, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht t.a.v. gebruik van schakelbewijsconstructie. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander bewijsmateriaal?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01114.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 31 oktober 2022

    ECLI:NL:RBLIM:2022:8460
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 maart 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:949

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Conclusie A-G · 26 augustus 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:895
  4. Hoge Raad · 11 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1649

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01111

Datum 11 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2024, nummer 20-002476-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en negen maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.