Strafrecht overig

Oplichting, art. 326.1 Sr. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke…

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
25 november 2025
Zaaknummer
24/00205
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1783
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Oplichting, art. 326.1 Sr. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Heeft hof beslissing op tul vordering gemotiveerd?

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: O.g.v. art. 6:6:5.1 Sv moet beslissing op tul vordering worden gemotiveerd. Hof heeft (door vonnis Pr te bevestigen) niets anders overwogen dan dat het tul van voorwaardelijke gevangenisstraf gelast. Aldus heeft hof geen redenen opgegeven voor die beslissing, terwijl dat o.g.v. art. 6:6:5.1 Sv wel is vereist.

Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing op tul vordering en terugwijzing. Samenhang met 24/00206 en met 24/00143 en 24/00152 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:794
  2. Hoge Raad · 2 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1783

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00205

Datum 2 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2024, nummer 21-000287-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet is gemotiveerd.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.