Strafrecht overig
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door advocaat tegen beslissing RC dat OM en politie mogen kennisnemen…
ECLI:NL:HR:2025:1789 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1789
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 26 november 2025
- Zaaknummer
- 25/00719
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1789
Samenvatting
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door advocaat tegen beslissing RC dat OM en politie mogen kennisnemen van fragmenten van geluidsbestanden met gesprekken tussen klager, toenmalige kantoorgenoot en kantoordirecteur, die door anonieme afzender per e-mail aan Rijksrecherche zijn verzonden, i.v.m. verdenking tegen die kantoorgenoot t.z.v. (poging tot) oplichting van cliënt, dan wel (poging tot) omkoping van medewerker van Dienst Justitiële Inrichtingen.
1. Ontvankelijkheid beklag. Moest RC beslissing nemen overeenkomstig art. 98 Sv en staat tegen die beslissing beklag open?
2. Doorbreking verschoningsrecht o.g.v. zeer uitzonderlijke omstandigheden. Bescherming van belangen van andere cliënten van advocaat dan cliënten die betrokken zijn bij strafbaar feit. Heeft Rb nagelaten gemotiveerd te beslissen op wat is aangevoerd over vermelding in geluidsfragmenten van namen van andere cliënten?
Ad 1. Beklag is ontvankelijk om redenen vermeld in HR:2025:1788.
Ad 2. Klacht slaagt om redenen vermeld in HR:2025:1788 m.b.t. in de kern gelijkluidend beklag van voormalige kantoorgenoot van klager.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00813 Bv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1099Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1789
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00719 Bv
Datum 9 december 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2025, nummer RK 24/027517, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 98 lid 4 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De raadsman van de klager heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beklag
De Hoge Raad is van oordeel dat het beklag ontvankelijk is. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00813 Bv, ECLI:NL:HR:2025:1788, onder 4.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank heeft nagelaten gemotiveerd te beslissen op wat namens de klager is aangevoerd over de doorbreking van het verschoningsrecht. Het voert daartoe aan dat het klaagschrift inhoudt dat in de geluidsfragmenten ook namen van andere cliënten van het advocatenkantoor van de klager worden genoemd dan de cliënt [betrokkene 1] .
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/00813 Bv, ECLI:NL:HR:2025:1788, onder 5, en die betrekking heeft op een in de kern gelijkluidend beklag van een voormalig advocaat die een kantoorgenoot van de klager was.
4 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
De beoordeling door de Hoge Raad van het eerste cassatiemiddel en de overige klachten van het tweede cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het derde cassatiemiddel niet nodig.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.