Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op horloge onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Motivering…
ECLI:NL:HR:2025:198 · Hoge Raad · 11 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-198
Zaakgegevens
Op 11 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2025
- Datum publicatie
- 7 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/01538
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:198
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op horloge onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Motivering gegrondverklaring klaagschrift en summier karakter onderzoek in raadkamer. Heeft Rb (enkelvoudige raadkamer) gegrondverklaring van klaagschrift toereikend gemotiveerd gelet op wat OvJ in schriftelijk standpunt en bij behandeling in raadkamer heeft aangevoerd en heeft Rb voldoende onderkend dat onderzoek in raadkamer een summier en voorlopig karakter draagt? HR: Gelet op de in CAG genoemde rechtspraak van HR en daarin besproken motiveringsgebrek in beschikking van Rb slaagt middel. CAG: Beklagrechter neemt beslissing tot opheffing van beslag o.b.v. incompleet dossier en lijkt van oordeel te zijn dat van verdenking van witwassen geen sprake meer is. Gelet op wat OM naar voren heeft gebracht, te weten dat (i) klager wordt verdacht van witwassen, (ii) inbeslaggenomen horloge vermoedelijk voorwerp van witwassen betreft, (iii) verklaringen van verdachte en zijn vader over (legale) herkomst van horloge niet, althans onvoldoende verifieerbaar en onderbouwd zijn en (iv) OM voornemens is in strafzaak tegen klager de verbeurdverklaring van horloge te vorderen, is op voorhand niet ondenkbaar dat in strafprocedure de verklaring van klager wordt weerlegd en strafrechter anders zal oordelen over vraag of sprake is van witwassen. Oordeel Rb dat “het hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, verbeurdverklaring van inbeslaggenomen horloge zal bevelen” is, mede gelet op wat door OM naar voren is gebracht, ontoereikend gemotiveerd.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01541 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1385Hoge Raad · 11 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:198
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01538 B
Datum 11 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 6 maart 2024, nummer RK 24/002082, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsman van de klager, A.W. Syrier, advocaat in Utrecht, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank “dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen horloge zal bevelen”.
Het procesverloop, de door de klager en het openbaar ministerie ingenomen standpunten en het oordeel van de rechtbank zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.7.
Gelet op de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.4 genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en het daarin onder 3.7 besproken motiveringsgebrek in de beschikking van de rechtbank, slaagt het cassatiemiddel.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.