Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon en auto onder klager t.z.v. verdenking van handel in harddrugs…

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
23/02703
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:216
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon en auto onder klager t.z.v. verdenking van handel in harddrugs, waarna telefoon is teruggegeven aan klager en strafrechter heeft beslist over auto. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv.

Uit door griffie HR ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM teruggave van inbeslaggenomen telefoon aan rechthebbende door bewaarder heeft bevolen en dat telefoon status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan klager en dat beslag op telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen v.zv. dit ziet op telefoon.

Verder bevindt zich bij stukken afschrift van uitspraak Pr in strafzaak tegen klager. In die uitspraak is beslist over inbeslaggenomen personenauto waarvan klager teruggave heeft verzocht. Deze beslissing over beslag in strafzaak betekent dat klager in zoverre geen belang meer heeft bij beroep tegen beschikking waarbij klaagschrift ongegrond is verklaard. Beroep moet daarom ook in zoverre n-o worden verklaard. In beschikking is immers beslissing gegeven in afwachting van oordeel van strafrechter over beslag. Door diens beslissing over beslag in strafzaak tegen klager kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

Klager n-o. CAG: anders.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1216
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:216

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02703 B

Datum 18 februari 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 juli 2023, nummer RK 23/006252, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een Samsung telefoon en een personenauto. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen in zoverre ongegrond verklaard.

2.2.1

Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 23 september 2024 de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan de rechthebbende door de bewaarder heeft bevolen en dat de telefoon de status “Teruggegeven door bewaarder” heeft. Hieruit volgt dat de inbeslaggenomen telefoon is teruggegeven aan de klager.

2.2.2

Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:

“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij

a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald; (...).”

2.2.3

Hieruit volgt dat het beslag op de telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de telefoon.

2.3.1

Verder bevindt zich bij de stukken een afschrift van een uitspraak van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2024 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.

2.3.2

Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager in zoverre geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. Het beroep moet daarom ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.