Strafrecht overig
Openlijke geweldpleging (meermalen gepleegd) door (na ruzie in rokersruimte van café) op straat met…
ECLI:NL:HR:2025:266 · Hoge Raad · 18 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-266
Zaakgegevens
Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2025
- Datum publicatie
- 14 februari 2025
- Zaaknummer
- 22/02416
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:266
Samenvatting
Openlijke geweldpleging (meermalen gepleegd) door (na ruzie in rokersruimte van café) op straat met afgebroken fietsenstandaard te slaan, art. 141.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat het niet aannemelijk is dat verdachte de fietsenstandaard enkel heeft opgeraapt en vervolgens ongebruikt heeft vastgehouden en kon hof geen waarde hechten aan verklaringen van verdachte dat hij geen geweld jegens aangevers heeft toegepast en fietsenstandaard enkel heeft opgeraapt ter eventuele bescherming in chaotische situatie buiten?
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel dat het niet aannemelijk is dat verdachte de fietsenstandaard enkel heeft opgeraapt en vervolgens ongebruikt heeft vastgehouden, is niet onbegrijpelijk gelet op ’s hofs feitelijke vaststellingen die volgen uit bewijsmiddelen. Dat hof geen waarde heeft gehecht aan verklaringen van verdachte dat hij geen geweld heeft toegepast tegen aangevers, is gelet op inhoud van b.m. evenmin onbegrijpelijk.
Volgt verwerping. Samenhang met 22/02501 en 24/02723.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 juni 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1939Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1143Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:266
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02416
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 juni 2022, nummer 23-000165-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J.M. Jansen, advocaat in Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft mr. F.J.M. Hamers, advocaat in Rotterdam, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen vervangende hechtenis.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat de taakstraf 180 uren beloopt, subsidiair 90 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.