Strafrecht overig
Belediging van ambtenaar door hoofdconductrice van trein in haar gezicht te spugen (art. 266.1 en art…
ECLI:NL:HR:2025:269 · Hoge Raad · 18 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-269
Zaakgegevens
Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2025
- Datum publicatie
- 14 februari 2025
- Zaaknummer
- 22/03343
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:269
Samenvatting
Belediging van ambtenaar door hoofdconductrice van trein in haar gezicht te spugen (art. 266.1 en art. 267.1.2 Sr). OM niet-ontvankelijk verklaard in eerste aanleg. Klachtvereiste a.b.i. art. 269.1 Sr en bewijsklachten “ambtenaar”. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal?
HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat aangeefster t.t.v. incident werkzaam was in functie van “hoofdconducteur(trice)” en dat zij in die hoedanigheid en tijdens haar werkzaamheden in trein de verdachte tot de orde heeft geroepen. Uit hoofde van die functie was zij ex art. 2 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar NS Groep N.V. 2017 tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en daarmee ambtenaar. Nu aangeefster werkzaam was als ambtenaar a.b.i. art. 267.1.2 Sr geldt hier ex art. 269.2 Sr geen klachtvereiste. Van schending van art. 342.2 Sv (unus testis nullus testis) en denaturering van verklaring van verdachte door hof, is geen sprake.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 augustus 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:2530Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1324Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:269
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03343
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2022, nummer 23-002366-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. van Viegen, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De cassatiemiddelen komen op tegen het oordeel van het hof dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging, en tegen de bewezenverklaring.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van één week volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.