Strafrecht overig

Onttrekking aan gezag van haar (bijna) 2-jarige dochter door deze in 2019 mee te nemen naar Litouwen en haar…

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
21 maart 2025
Zaaknummer
24/01177
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:440
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Onttrekking aan gezag van haar (bijna) 2-jarige dochter door deze in 2019 mee te nemen naar Litouwen en haar (na afgesproken periode van 1 maand) zonder toestemming van vader daar te houden, waardoor zij gedurende periode van anderhalf jaar van haar vader is weggehouden, art. 279.1 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 3 mei 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:2051
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 maart 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:826

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:440

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01177

Datum 11 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 maart 2024, nummer 20-001335-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.