Strafrecht overig

Boerenprotest nabij woning van toenmalige minister voor Natuur en Stikstof. Medeplegen wederspannigheid, art…

Zaakgegevens

Op 22 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2025
Datum publicatie
18 april 2025
Zaaknummer
23/01664
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:647
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Boerenprotest nabij woning van toenmalige minister voor Natuur en Stikstof. Medeplegen wederspannigheid, art. 180 jo. 182.1 Sr. Is sprake van wederspannigheid a.b.i. art. 180 en 182 Sr? HR: Om redenen vermeld in HR:2025:646 leidt middel niet tot cassatie.

Volgt verwerping. Samenhang met 23/01663 en 23/01665.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 april 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:6697
  2. Conclusie A-G · 18 februari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:219
  3. Hoge Raad · 22 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:647

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01664

Datum 22 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2023, nummer 21-004268-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J.J.E. Stassen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat sprake is van wederspannigheid als bedoeld in de artikelen 180 en 182 van het Wetboek van Strafrecht.

2.2

De bewezenverklaring en de door het hof gebruikte bewijsvoering zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2, 2.3 en 3.4.

2.3

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/01663, ECLI:NL:HR:2025:646.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.