Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op ‘goudkleurig airsoftwapen’, aangetroffen bij doorzoeking van…
ECLI:NL:HR:2025:65 · Hoge Raad · 14 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-65
Zaakgegevens
Op 14 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 januari 2025
- Datum publicatie
- 10 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/01500
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:65
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op ‘goudkleurig airsoftwapen’, aangetroffen bij doorzoeking van bedrijfspand in strafrechtelijk onderzoek tegen derde. Heeft Rb summier en voorlopig karakter van beklagprocedure miskend?
HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: OvJ heeft aangevoerd dat OM onttrekking aan het verkeer van voorwerp zal vorderen omdat het ‘bijna exacte kopie van AK47 wapen’ is, geschikt voor afdreiging en dus verboden wapen a.b.i. art. 2.1 categorie I sub 7 WWM. Rb heeft geoordeeld dat ‘wapen’ (gelet op wijze van aantreffen, missen van essentiële onderdelen, aanschafprijs en kunstzinnige opdruk) moet worden aangemerkt als kunst, beklag gegrond verklaard en teruggave aan klager gelast. Rb meent kennelijk dat, nu voorwerp als kunst moet worden aangemerkt, niet is voldaan aan ‘niet hoogst onwaarschijnlijk’-criterium en dus dat onttrekking aan het verkeer niet aan de orde is. Nu bezit wapen a.b.i. art. 2.1 categorie I sub 7 WWM in strijd is met de wet en zo’n voorwerp daarmee in beginsel vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, heeft Rb zich in feite uitgelaten over vraag of voorwerp kan worden aangemerkt als wapen a.b.i. art. 2.1 categorie I sub 7 WWM. Daarmee heeft Rb summier en voorlopig karakter van onderzoek in raadkamer miskend en is Rb vooruitgelopen op mogelijke uitkomst hoofdzaak.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1070Hoge Raad · 14 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:65
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01500 B
Datum 14 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2024, nummer RK 23/030095, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beslissing tot gegrondverklaring van het beklag het summiere en voorlopige karakter van de beklagprocedure heeft miskend door vooruit te lopen op de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak.
De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.