Strafrecht overig

Medeplegen voorhanden hebben van groot aantal (automatische) vuurwapens en munitie in o.m. kantoorgedeelte…

Zaakgegevens

Op 14 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 januari 2025
Datum publicatie
10 januari 2025
Zaaknummer
23/03758
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:68
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen voorhanden hebben van groot aantal (automatische) vuurwapens en munitie in o.m. kantoorgedeelte van loods, art. 13.1 en 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. machinepistool Scorpion. 2. Bewijsklachten t.a.v. (overige) wapens en munitie.

Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ‘s Hofs kennelijke oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich bewust was van (waarschijnlijke) aanwezigheid van Scorpion is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat hof heeft geoordeeld dat verdachte wapens voorhanden had tezamen en in vereniging met eigenaar van bedrijf dat is gevestigd in pand waarin o.m. Scorpion is aangetroffen. Dat verdachte Scorpion tezamen en in vereniging met die ander bewust aanwezig had, heeft hof kennelijk en niet onbegrijpelijk i.h.b. gebaseerd op verklaring dat verdachte regelmatig in kantoorgedeelte van loods kwam en daar sliep, op foto’s van wapens en op omstandigheid dat wapens daar vrij toegankelijk waren. Dat verdachte zich bewust was van aanwezigheid van Scorpion heeft hof kennelijk i.h.b. afgeleid uit vindplaats (op bank waarop verdachte regelmatig sliep) en uit feit dat hij loods heeft bezocht kort voordat wapens en toebehoren daar werden aangetroffen.

Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel dat verdachte beschikkingsmacht over wapens had, is niet onbegrijpelijk. Hof heeft verklaring verdachte niet gedenatureerd. ’s Hofs vergissing t.a.v. metadata van foto met wapens doet niet af aan begrijpelijkheid van overige vaststellingen.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 14 september 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3775
  2. Conclusie A-G · 26 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1423
  3. Hoge Raad · 14 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:68

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03758

Datum 14 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 september 2023, nummer 23-000978-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. Scholte, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel

3.1

De cassatiemiddelen klagen over de bewezenverklaring van de feiten 5 en 6.

3.2

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5-7, 34-40 en 44-50.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.