Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klager onder zijn zus t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs…
ECLI:NL:HR:2025:868 · Hoge Raad · 10 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-868
Zaakgegevens
Op 10 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2025
- Datum publicatie
- 5 juni 2025
- Zaaknummer
- 21/01027
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:868
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto van klager onder zijn zus t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs, waarna auto in strafzaak tegen zus bij onherroepelijk vonnis verbeurd is verklaard. Klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv tegen beslissing tot verbeurdverklaring. Kon Rb het klaagschrift n-o verklaren? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb overweegt eerst dat klaagschrift dient te worden beoordeeld op grondslag van art. 552b Sv. Vervolgens stelt Rb vast dat het inbeslaggenomen voertuig inmiddels in strafzaak tegen zus van klager onherroepelijk verbeurd is verklaard en dat klager n-o is in zijn verzoek, omdat hij iets vraagt wat niet meer kan worden toegewezen. Dat oordeel is niet begrijpelijk, nu Rb heeft miskend dat het in beklagprocedure van art. 552b Sv juist gaat om beoordeling of klager kan worden aangemerkt als belanghebbende a.b.i. art. 552b.1 Sv en, zo ja, of (mede gelet op art. 33a.2.a Sr) grond bestaat voor herroeping van die verbeurdverklaring.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op: HR:2020:1370.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 mei 2025
ECLI:NL:PHR:2025:547Hoge Raad · 10 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:868
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01027 B
Datum 10 juni 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 24 februari 2021, nummer RK 21/001089, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat R. Schreudering bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank ten onrechte het op grond van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering ingediende klaagschrift niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.