Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op kledingstukken en gereedschappen onder klager t.z.v. verdenking van diefstal…
ECLI:NL:HR:2026:1006 · Hoge Raad · 23 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1006
Zaakgegevens
Op 23 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/04008
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1006
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op kledingstukken en gereedschappen onder klager t.z.v. verdenking van diefstal. 1. Had Rb (enkelvoudige raadkamer) de klager moeten aanmerken als beslagene en dus als belanghebbende a.b.i. art. 552a Sv? 2. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast?
HR: Om redenen vermeld in CAG kunnen middelen niet tot cassatie leiden. CAG: Omdat beslag is gelegd o.g.v. art. 94 Sv, had Rb dienen “a. te beoordelen of belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert, en zo neen, b. teruggave van inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan beslagene, tenzij ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. dat voorwerp moet worden beschouwd”. Rb heeft overwogen dat dossier aanwijzingen bevat dat “in ieder geval deel van gereedschap en kleding van diefstal afkomstig is”. In dat verband heeft Rb gewezen op verklaringen van verschillende aangevers en aanwijzingen in dossier dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan desbetreffende diefstallen. Hiermee heeft Rb tot uitdrukking willen brengen dat o.b.v. (summier) onderzoek in raadkamer het uitgangspunt kan worden gehanteerd dat aangetroffen goederen van diefstal afkomstig zijn, waarin besloten ligt dat belang van strafvordering het voortduren van beslag vordert en zich derhalve tegen teruggave verzet.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:391Hoge Raad · 23 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1006
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04008 B
Datum 23 juni 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2024, nummer RK 24/014769, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De cassatiemiddelen klagen dat de rechtbank de klager, voor zover het gaat om inbeslaggenomen kledingstukken en gereedschappen, ten onrechte niet als beslagene en dus als belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft aangemerkt en dat de rechtbank bij haar beoordeling niet de juiste maatstaf heeft aangelegd.
De cassatiemiddelen kunnen niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.5.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.