Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 schilderijen die in 1998 zijn gestolen uit bedrijfspand van klaagster…

Zaakgegevens

Op 25 augustus 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 augustus 2026
Datum publicatie
24 augustus 2026
Zaaknummer
25/00022
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1367
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 schilderijen die in 1998 zijn gestolen uit bedrijfspand van klaagster. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv.

HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: Nu Rb t.a.v. schilderijen 2 beschikkingen heeft gewezen (1 t.a.v. klaagster en 1 t.a.v. belanghebbende die tevens klaagschrift heeft ingediend) en beschikking waarin teruggave is gelast aan belanghebbende onherroepelijk is, is cassatieberoep klaagster niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang. Door onherroepelijke beschikking waarin teruggave is gelast is beslag op schilderijen immers beëindigd.

Klaagster n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 juli 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:688
  2. Hoge Raad · 25 augustus 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1367

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00022 B

Datum 25 augustus 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 11 december 2024, nummer RK 24/021983, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat J.H. Tonino bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.