Strafrecht overig

Poging tot doodslag door in 2021 in Utrecht n.a.v. ruzie over drugs en geld meermalen met mes in hartstreek…

Zaakgegevens

Op 25 augustus 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 augustus 2026
Datum publicatie
25 augustus 2026
Zaaknummer
25/01727
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1372
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag door in 2021 in Utrecht n.a.v. ruzie over drugs en geld meermalen met mes in hartstreek en schouder van ander te steken, art. 287 Sr.

Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01727

Datum 25 augustus 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 mei 2025, nummer 21-000926-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.