Strafrecht overig

OM-cassatie en cassatie klager. Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over…

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
18 september 2026
Zaaknummer
25/04731
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1528
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie en cassatie klager. Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van bestanden op digitale gegevensdragers i.v.m. verschoningsrecht van klager (notaris), na tegen andere notaris en diens notarieel juridisch medewerker gerezen verdenking van overtreding van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. 1. OM-cassatie. Kon Rb oordelen dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan verschoningsrecht van klager moet worden doorbroken? 2. Cassatie klager. Geen schriftuur.

Ad 1. Om redenen vermeld in HR:2026:1527 faalt middel. Die beschikking heeft betrekking op een in de kern gelijkluidend beklag van notaris die optreedt als waarnemer van protocol van oud-notarissen van wie eveneens namen in inbeslaggenomen stukken voorkomen.

Ad 2. Geen middelen ingediend, klager n-o.

Volgt verwerping. Samenhang met 25/02404 Bv. Vervolg op HR:2024:1291.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 juli 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:708
  2. Hoge Raad · 22 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1528

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/04731 Bv

Datum 22 september 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2025, nummer RK 24/027857, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren op [geboortedatum] 1963,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de klager en het openbaar ministerie. Cassatiemiddelen zijn namens de klager niet voorgesteld.

Het openbaar ministerie heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De raadsvrouw van de klager, R. Croes-Hoogendoorn, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep en tot verwerping van het beroep van het openbaar ministerie.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep van de klager

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de klager een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling kan nemen (zie artikel 447 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering).

3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat door het openbaar ministerie is voorgesteld

3.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van de rechtbank dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het verschoningsrecht van de klager moet worden doorbroken.

3.2

Het procesverloop in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2-4.

3.3

Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/02404 Bv, ECLI:NL:HR:2026:1527, en die betrekking heeft op een in de kern gelijkluidend beklag van een notaris die optreedt als waarnemer van het protocol van oud-notarissen van wie eveneens de namen in de inbeslaggenomen stukken voorkomen.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep van de klager niet-ontvankelijk;

- verwerpt het beroep van het openbaar ministerie.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.