Strafrecht overig

Doodslag meermalen gepleegd (art. 287 Sr) en rijden onder invloed (art. 8.2.b WVW 1994) door in 2023 in…

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
21 september 2026
Zaaknummer
25/01957
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1531
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Doodslag meermalen gepleegd (art. 287 Sr) en rijden onder invloed (art. 8.2.b WVW 1994) door in 2023 in Sprang-Capelle onder invloed van aanzienlijke hoeveelheid alcohol met snelheid van 225 kilometer per uur in zijn auto op snelweg te rijden, terwijl hij dit rijgedrag filmt met zijn telefoon, en vervolgens achterop andere auto te klappen ten gevolge waarvan 4 inzittenden van die auto komen te overlijden.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 december 2023

    ECLI:NL:RBZWB:2023:8841
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 mei 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:1448

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 29 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1531

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01957

Datum 29 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 mei 2025, nummer 20-000003-24, in de strafzaak

tegen

[verachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G. Spong een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2026.