Strafrecht overig
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) en brandstichting met gemeen gevaar voor goederen…
ECLI:NL:HR:2026:821 · Hoge Raad · 2 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-821
Zaakgegevens
Op 2 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Datum publicatie
- 1 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/01071
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:821
Samenvatting
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) en brandstichting met gemeen gevaar voor goederen, meermalen gepleegd (art. 157.1 Sr) door in 2022 samen met ander vanuit Polen naar Weert te rijden om haar voormalige werkgever in zijn woning te beroven, vervolgens met verschillende voorwerpen tegen zijn hoofd te slaan, hem te wurgen en daarna op meerdere plekken in zijn woning brand te stichten.
HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 25/01079.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 maart 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:749Hoge Raad · 2 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:821
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01071
Datum 2 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 maart 2025, nummer 20-000223-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem een schriftuur ingediend.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2026.