Strafrecht overig

Medeplegen voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt, art. 11a jo. 11.5 Opiumwet. Bewijsklacht…

Zaakgegevens

Op 23 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 juni 2026
Datum publicatie
21 juni 2026
Zaaknummer
23/04411
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:995
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt, art. 11a jo. 11.5 Opiumwet. Bewijsklacht bestemming van voorwerpen. Heeft verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij “bestemd waren tot” plegen van een van de in art. 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten?

Om redenen vermeld in HR:2026:994 slaagt middel.

Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/04412.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:395
  2. Hoge Raad · 23 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:995

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04411

Datum 23 juni 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004804-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij ‘bestemd waren tot’ het plegen van een van de in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04412, ECLI:NL:HR:2026:994.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.