Belastingrecht
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
ECLI:NL:PHR:1928:3 · Parket bij de Hoge Raad · 6 januari 1928
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/ecli-nl-phr-1928-3
Zaakgegevens
Op 6 januari 1928 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 januari 1928
- Datum publicatie
- 14 juli 2025
- Zaaknummer
- 3608
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1928:3
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 januari 1928deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1928:3
Hoge Raad · 15 februari 1928
ECLI:NL:HR:1928:445
Conclusie
W°. 3608
De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad der Nederlanden;
Overwegende, dat de administratieve behandeling van belanghebbendes bezwaren tegen zijnen aanslag was afgeloopen door de beschikking van den Inspecteur van 5 Mei 1927 op belanghebbendes eerste bezwaarschrift en niet meer kon worden heropend door een daarna, op 2 juni 1927 ingekomen tweede bezwaarschrift, doch dat toen het nader aandringen der aangevoerde bezwaren of het aanvoeren van nieuwe bezwaren niet anders kon geschieden dan door beroep op den Raad van Beroep van de beschikking van den Inspecteur;
Overwegende dat derhalve de Raad van Beroep te recht des Inspecteurs beschikking, houdende niet-ontvankelijkverklaring van den belanghebbende in zijn bezwaar, heeft bevestigd; Concludeert tot verwerping van het beroep.
Parket, 6 Januari 1928