Strafrecht overig

Conclusie AG, beklag tegen beslag op twee telefoons. De AG merkt ambtshalve op dat het klaagschrift is…

Zaakgegevens

Op 22 maart 2022 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2022
Datum publicatie
16 mei 2022
Zaaknummer
21/02472
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:475
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG, beklag tegen beslag op twee telefoons. De AG merkt ambtshalve op dat het klaagschrift is ingediend meer dan drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen en dat de rechtbank de klager daarom ex art. 552a lid 3 Sv niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag. De conclusie strekt ertoe dat de beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2022:475

  2. Hoge Raad · 17 mei 2022

    ECLI:NL:HR:2022:709

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 21/02472 B

Zitting 22 maart 2022

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de klager.

1 Het cassatieberoep

1.1.

De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij beschikking van 17 mei 2021 het klaagschrift van de klager strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons ongegrond verklaard.

1.2.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift.

2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De klager is door de rechtbank veroordeeld wegens (een gewoonte maken van) het bezitten, vervaardigen en middels een geautomatiseerd werk en communicatiedienst zich toegang verschaffen van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen. In het kader van deze strafzaak zijn twee mobiele telefoons (Samsung S6 en Samsung S9) in beslag genomen. De strafrechter heeft in het vonnis geen beslissing genomen over het beslag. Het vonnis bevindt zich in het dossier dat is toegezonden aan de Hoge Raad en dateert van 25 juni 2020. Uit namens mij ingewonnen inlichtingen volgt dat tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingediend. Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend.

2.2.

De rechtbank heeft de klager ontvankelijk geacht en het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de strafzaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.

2.3.

Ik zal dan ook concluderen dat de Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had behoren te doen, zodat ik niet toekom aan een inhoudelijke bespreking van het middel.

3 Conclusie

3.1.

Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

De ondertekening van het klaagschrift met 13 april 2020 doet anders vermoeden, maar de begeleidende e-mail van 13 april 2021, de inhoud van het klaagschrift en overige stukken in het dossier laten zien dat het 13 april 2021 is geweest. Vgl. HR 24 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1482.