Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 mobiele telefoons onder klager t.z.v. verdenking van bezit kinderporno en…
ECLI:NL:HR:2022:709 · Hoge Raad · 17 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-709
Zaakgegevens
Op 17 mei 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2022
- Datum publicatie
- 16 mei 2022
- Zaaknummer
- 21/02472
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:709
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 mobiele telefoons onder klager t.z.v. verdenking van bezit kinderporno en dierenporno, waarna strafrechter klager heeft veroordeeld zonder beslissing te nemen over inbeslaggenomen telefoons. Ontvankelijkheid klaagschrift, art. 552a.3 Sv. Is klaagschrift tijdig ingediend, nu dit is ingediend ruim 9 maanden nadat veroordeling van klager onherroepelijk is geworden? HR ambtshalve: Door klaagschrift ongegrond te verklaren heeft Rb miskend dat, in het geval dat vervolging is ingesteld, een o.g.v. art. 552a Sv ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op tijdstip waarop 3 maanden zijn verstreken sinds vervolgde zaak tot einde is gekomen. Nu zaak tegen klager is geëindigd op 9-7-2020 en klaagschrift is ingediend op 13-4-2021, had Rb het klaagschrift n-o ontvankelijk moeten verklaren.
HR doet wat Rb had behoren te doen en verklaart klaagschrift alsnog n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:475Hoge Raad · 17 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:709
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02472 B
Datum 17 mei 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 17 mei 2021, nummer RK 21-5087, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag.
2 Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
In deze cassatieprocedure kan van het volgende worden uitgegaan. Onder de klager zijn twee mobiele telefoons inbeslaggenomen. Tegen de klager is een vervolging ingesteld. De klager is bij vonnis van de rechtbank van 25 juni 2020 veroordeeld. Volgens door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen is tegen dit vonnis geen hoger beroep ingesteld. Daardoor is het vonnis op 9 juli 2020 onherroepelijk geworden. Uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat op 13 april 2021 namens de klager op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een klaagschrift is ingediend. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons, ongegrond verklaard.
Artikel 552a lid 3 Sv luidt:
“Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen of de kennisneming of ontoegankelijkmaking van de gegevens of het bevel, bedoeld in de artikelen 125k en 125p, ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.”
De rechtbank heeft miskend dat, in het geval dat vervolging is ingesteld, een op grond van artikel 552a Sv ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de zaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had moeten doen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- verklaart het klaagschrift alsnog niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.