Strafrecht overig

Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op e-step onder klager. Conclusie strekt tot…

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
21 juni 2024
Zaaknummer
23/04420
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:671
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op e-step onder klager. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep, omdat inmiddels in de strafzaak is beslist tot teruggave van de e-step aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:671

  2. Hoge Raad · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1452

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/04420 B

Zitting 2 juli 2024

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,

hierna: de klager

1 Het cassatieberoep

1.1

De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 8 november 2023 de klager niet-ontvankelijk verklaard in het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan hem van een in beslag genomen e-step.

1.2

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en N. Roos, advocaat in Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

1.3

In het middel wordt het oordeel van de rechtbank dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift bestreden. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat de rechtbank heeft vastgesteld dat het beslag reeds op de dag van inbeslagname is geëindigd, doordat de e-step – nadat de klager hiervan afstand had gedaan – aan de rechthebbende is teruggegeven. In de schriftuur wordt aangevoerd dat de teruggave van de e-step niet conform een wettelijke regeling heeft plaatsgevonden en dat de rechtbank de klager daarom ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag.

2 Ontvankelijkheid in het cassatieberoep

2.1

Ik kom niet toe aan de bespreking van het middel. Dit houdt verband met het volgende.

2.2

Uit bij de rechtbank ingewonnen inlichtingen blijkt dat inmiddels door de kinderrechter een vonnis is gewezen in de met het beslag samenhangende strafzaak, waarin de klager is veroordeeld voor schuldheling van de e-step in kwestie. In dit vonnis heeft de kinderrechter ook een beslissing gegeven over het beslag op de e-step en teruggave hiervan aan de rechthebbende (de aangever van diefstal) gelast.

2.3

Dat betekent dat de klager niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep op grond van de omstandigheid dat door de strafrechter inmiddels over het beslag is beslist. De aard van de beklagprocedure, die slechts ertoe strekt een voorlopig rechterlijk oordeel over het beslag te verkrijgen, brengt in zo’n geval met zich dat op het klaagschrift geen (andersluidend) oordeel meer kan volgen. Daartoe is niet van belang of die beslissing al dan niet onherroepelijk is.

3 Conclusie

3.1

Deze conclusie strekt ertoe dat de klager niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vonnis van de kinderrechter d.d. 14 november 2023, in de zaak met parketnummer 08/256285-23. Zie onder meer HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. Mevis.