Bestuursrecht overig

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk geweigerd…

Raad van State, 28 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
202500425/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6332
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk geweigerd handhavend op te treden tegen de detailhandelsactiviteiten op het perceel [locatie] te Nijkerk. [appellant] exploiteert een winkel in houten bouw- en tuinmaterialen. [partij] exploiteert in Nijkerk een houthandel en houtzagerij. Daarnaast verkoopt [partij] onder andere (haard)hout, houten tuinmeubelen en overige producten zoals hout, plaatmateriaal, beits, ramen en deuren, dakbedekking, funderingspoeren en bevestigingsmaterialen. Volgens [appellant] is de verkoop van voormelde producten door [partij] in strijd met het bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk", omdat dit zelfstandige detailhandel betreft en volgens het bestemmingsplan alleen detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming is toegestaan en niet meer mag bedragen dan 50 m2. [appellant] heeft het college daarom verzocht handhavend op te treden.

Uitspraak

202500425/1/R4.

Datum uitspraak: 28 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], gevestigd in Hoevelaken

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 januari 2025 in zaak nr. 23/5013 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de detailhandelsactiviteiten op het perceel [locatie] te Nijkerk.

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 september 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. L. Bolier, rechtsbijstandverlener in Elspeet, en het college, vertegenwoordigd door S. Tihouna, zijn verschenen. Verder is op de zitting [partij] gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt.

Het verzoek om handhaving van de Wabo is gedaan op 15 juli 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       [appellant] exploiteert een winkel in houten bouw- en tuinmaterialen. [partij] exploiteert in Nijkerk een houthandel en houtzagerij. Daarnaast verkoopt [partij] onder andere (haard)hout, houten tuinmeubelen en overige producten zoals hout, plaatmateriaal, beits, ramen en deuren, dakbedekking, funderingspoeren en bevestigingsmaterialen.

Volgens [appellant] is de verkoop van voormelde producten door [partij] in strijd met het bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk", omdat dit zelfstandige detailhandel betreft en volgens het bestemmingsplan alleen detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming is toegestaan en niet meer mag bedragen dan 50 m2. [appellant] heeft het college daarom verzocht handhavend op te treden.

De omgevingsdienst De Vallei heeft op 1 juni 2023 een controle uitgevoerd bij [partij] naar aanleiding waarvan het college bij besluit van 4 juli 2023 de weigering om handhavend op te treden bij besluit van 23 maart 2021 in stand heeft gelaten.

Relevante regelgeving

3.       De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

Beoordeling van het hoger beroep

4.       [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college bevoegd was handhavend op te treden tegen een overtreding van het bestemmingsplan. Het gebruik dat [partij] maakt van het perceel kan volgens [appellant] niet als ondergeschikt worden aangemerkt en is ook groter dan de in artikel 4.4.3 van de planregels opgenomen 50 m2.

4.1.    Het bestemmingsplan is bij uitspraak van 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4608 vernietigd. Dit betekent evenwel niet dat besluiten waarbij al dan niet handhavend is opgetreden op basis van dat bestemmingsplan, reeds vanwege die vernietiging voor vernietiging in aanmerking komen. Zie ter vergelijking de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1126, onder 2.3.1. Dit betekent dat de Afdeling het besluit van 4 juli 2023 aan het daarbij toegepaste bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk" zal toetsen.

4.2.    In aansluiting ook bij haar uitspraak van 5 augustus 2026, onder 11.7, overweegt de Afdeling dat het bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk", gezien de omschrijving van de begrippen ‘detailhandel’ en ‘houtzagerij/‑handel’ in artikel 1 van de planregels, toelaat dat in de hele houthandel en houtzagerij van [partij] handel in hout, houtproducten en aanverwante artikelen mag plaatsvinden. Artikel 4.1 van de planregels stelt aan die detailhandel geen beperkingen.

Dit betekent dat wat [appellant] heeft aangevoerd, namelijk dat [partij] geen ondergeschikte of onzelfstandige detailhandel uitoefent alsmede detailhandel over een groter oppervlak dan 50 m², niet relevant is.

De rechtbank is gelet op het voorgaande terecht tot de conclusie gekomen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet bevoegd is handhavend op te treden.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.

w.g. Hoekstra

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vermeulen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026

700-1216

 

BIJLAGE

 

Planregels bij bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk"

Artikel 1.28 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop en te huur aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop en huur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

Artikel 1.37 houtzagerij/-handel

handel in hout, houtproducten en aanverwante artikelen, alsmede het zagen, schaven en op andere wijze ver- en bewerken van hout;

Artikel 4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Niet agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. een houtzagerij/houthandel in milieucategorie 3.2 en voor daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen afschermende en andere groenvoorzieningen, parkeerplaatsen en tuinen;

[…];

een en ander met uitzondering van detailhandelsbedrijven, tenzij het betreft detailhandel die als zodanig ingevolge lid 4.1 onder a is toegestaan of detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse voortgebrachte producten.

Artikel 4.4.3 Ondergeschikte detailhandel

De oppervlakte ten behoeve van het gebruik voor detailhandel als ondergeschikte activiteit mag niet meer dan 50 m² bedragen, waarbij geldt dat detailhandel enkel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming is toegestaan: in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen zoals haardhout, diverse soorten gezaagd hout, dakbedekking, beits, poeren en douglas ramen en deuren.