Bestuursrecht overig
Rechtbank onbevoegd. Handhavingsverzoek aan staatssecretaris, luchtkwaliteit in straten van Amsterdam, titel…
Rechtbank Amsterdam, 27 maart 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:2235 · Rechtbank Amsterdam · 27 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2019-2235
Zaakgegevens
Op 27 maart 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 maart 2019
- Datum publicatie
- 26 maart 2019
- Zaaknummer
- AWB - 17 _ 5374
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:2235
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rechtbank onbevoegd.
Handhavingsverzoek aan staatssecretaris, luchtkwaliteit in straten van Amsterdam, titel 5.2, bijlage 2 Wet milieubeheer, niet splitsbaar, Afdeling bevoegd, beroep niet nogmaals doorgezonden, Afdeling heeft al uitspraak gedaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 17/5374
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 maart 2019 in de zaak tussen
[eiser 1] en negen anderen, te Amsterdam, eisers
(gemachtigde: [de stichting] , hierna: de stichting),
en
de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (voorheen: Infrastructuur en Milieu), verweerder
(gemachtigde: mr. M. de Hoop).
Procesverloop
Met afzonderlijke besluiten van 15 maart 2017 heeft verweerder de verzoeken van eisers om handhaving van de luchtkwaliteitseisen in Amsterdam afgewezen.
Met het besluit van 31 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De zaak is op de zitting van 7 maart 2019 gelijktijdig behandeld met zaak AMS 17/5835. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden, waarbij de stichting is vertegenwoordigd door [eiser 1] en [eiser 2] . Van de zijde van verweerder was ook mr. G.J. de Haan-Kamphorst aanwezig.
Overwegingen
1. Eisers hebben verweerder op 23 november 2016 verzocht om handhaving van milieunormen op grond van de Wet milieubeheer. Volgens hen voldoet de luchtkwaliteit in de straten waarin zij werken en/of wonen niet aan de Europese milieunorm voor stikstofdioxide en worden daarmee de bepalingen van titel 5.2 en bijlage 2 van de Wet milieubeheer overtreden. Zij hebben verweerder verzocht alle maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat in de betreffende straten aan de milieunormen wordt voldaan. Verweerder is verzocht handhavend op te treden tegen deze illegale situatie, zodat er een einde komt aan de overlast die zij ondervinden.
2. De rechtbank beoordeelt ambtshalve haar bevoegdheid om kennis te nemen van het beroep van eisers. Anders dan eisers betogen en de rechtsmiddelenclausule bij het bestreden besluit vermeldt, is het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank niet splitsbaar in een deel dat is gebaseerd op overtreding van titel 5.2 en bijlage 2 van de Wet milieubeheer en een deel dat is gebaseerd op overtredingen van andere wettelijke bepalingen. Het handhavingsverzoek van eisers is evenmin splitsbaar. Daarom is het beroep tegen het bestreden besluit ook niet splitsbaar. De wetgever heeft in artikel 8:6, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 2 van bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht, de bevoegdheid van de rechtbank om in eerste aanleg te oordelen over een beroep tegen een besluit dat betrekking heeft op handhaving van de Wet milieubeheer, behoudens enkele uitzonderingen, uitdrukkelijk uitgesloten. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is bevoegd om in eerste en enige aanleg te beslissen op het beroep in deze zaak.
3. De rechtbank stelt vervolgens vast dat de Afdeling op 17 oktober 2018 reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep van eisers. De Afdeling heeft in deze uitspraak het bestreden besluit inhoudelijk beoordeeld en niet opgesplitst in delen. Evenmin heeft de Afdeling het handhavingsverzoek van eisers opgesplitst. Omdat de Afdeling al uitspraak heeft gedaan, zal de rechtbank het beroepschrift van eisers niet nogmaals ter behandeling doorsturen naar de Afdeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, voorzitter, en mr. A.M. van der Linden-Kaajan en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van mr. C. Pasteuning, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2019.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.