Bestuursrecht overig
Energietoeslagzaak, digitale blokkade, beroep gegrond na zitting. Proceskostenveroordeling
Rechtbank Amsterdam, 18 juli 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5191 · Rechtbank Amsterdam · 18 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2023-5191
Zaakgegevens
Op 18 juli 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 juli 2023
- Datum publicatie
- 14 augustus 2023
- Zaaknummer
- 22/5828
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Energietoeslagzaak, digitale blokkade, beroep gegrond na zitting. Proceskostenveroordeling
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/5828
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigden: mr. J.C. Kotteman, mr. R.S. Bosch en mr. D. Swildens),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigden: mr. R. Nomden en mr. D. Ahmed).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het besluit van 10 november 2022 (het bestreden besluit), waarin het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Op 4 april 2023 heeft een regiezitting bij de rechtbank plaatsgevonden. Op 25 mei 2023 heeft de rechtbank deze zaak met 68 andere energietoeslagzaken op zitting behandeld. Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Namens verweerder waren tevens aanwezig de heer [naam 1] en de heer [naam 2] .
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres is student en heeft geprobeerd de Eenmalige Energietoeslag 2022 digitaal aan te vragen. Zij stuitte daarbij op een online blokkade bij het invullen van het geautomatiseerde aanvraagformulier. Bij een bevestigend antwoord op de vraag “bent u student?” kreeg eiseres bericht dat het niet mogelijk was de aanvraag verder in te vullen. Eiseres heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen dit bericht.
In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Alleen tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan bezwaar gemaakt worden. Tegen een blokkade in een digitale aanvraagprocedure kan geen bezwaar gemaakt worden, want dat staat niet gelijk met een besluit.
Verweerder heeft ter zitting erkend dat het bezwaarschrift van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en dat alsnog inhoudelijk beslist moet worden. De rechtbank is het hiermee eens.
4. Gelet hierop is het beroep van eiseres gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb, op te dragen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen. Daarbij dient eiseres in de gelegenheid te worden gesteld om nadere stukken in te dienen.
5. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden.
6. Verder krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.092,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het bijwonen van de regiezitting en 1 punt voor het bijwonen van de inhoudelijke zitting, met een waarde per punt van € 837,-). Alhoewel deze zaak samen met andere zaken op de zittingen van 4 april en 25 mei 2023 is behandeld, is er ten opzichte van die zaken, gelet op de beroepsgronden, geen sprake van samenhang, waardoor een afzonderlijke proceskostenvergoeding voor het verschijnen ter zitting op zijn plaats is.
7. De rechtbank merkt overigens op dat de proceskostenvergoeding in deze zaak ook ziet op de zaak met nummer AMS 23/1605 ( [naam 3] ), in welke zaak de rechtbank gelijktijdig uitspraak doet. In deze beide zaken heeft de gemachtigde van eiseres een gelijkluidend beroepschrift ingediend en dezelfde beroepsgrond aangevoerd, zodat de zaken naar het oordeel van de rechtbank samenhangend zijn in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 10 november 2022;
- draagt verweerder op om met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- (zegge: vijftig euro) aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.092,50,- (zegge: tweeduizend tweeënnegentig euro en vijftig cent) aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, voorzitter, en mr. M.F. Ferdinandusse en mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr. R.J.R. van Broekhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023.
|
griffier |
voorzitter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.