Arbeidsrecht
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, geen dringende reden. Billijke vergoeding toegekend.
Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3420 · Rechtbank Amsterdam · 15 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/arbeidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-3420
Zaakgegevens
Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 januari 2026
- Datum publicatie
- 7 april 2026
- Zaaknummer
- 11871811 EA VERZ 25-1039
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3420
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, geen dringende reden. Billijke vergoeding toegekend.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11871811 \ EA VERZ 25-1039
Beschikking van 15 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. P.A. Beekman (Brunel Nederland B.V.),
tegen
NCR NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: NCR,
gemachtigde: mr. H.S. Pruymboom en mr. H.J. Wiarda.
1 De procedure
[verzoeker] heeft op 9 september 2025 een verzoek gedaan tot toekenning van een billijke vergoeding. DCA heeft een verweerschrift ingediend.
Op 18 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoeker] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens NCR is verschenen [naam 1] ( [functie] ), bijgestaan door de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht (de gemachtigden mede aan de hand van pleitaantekeningen) en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Aan het einde van de zitting is de zaak aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Bij e-mail van 24 december 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] verzocht om een beschikking te geven. De datum voor beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1992, is op 26 september 2026 in dienst getreden bij NCR in de functie van Customer Engineer. Het salaris bedroeg laatstelijk € 3.137,85 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.
De werkzaamheden van [verzoeker] bestonden uit monteurswerkzaamheden bij klanten van NCR door het hele land. Voor de uitvoering van zijn werkzaamheden is aan [verzoeker] een leaseauto en een tankpas ter beschikking gesteld. De leaseauto mag desgewenst voor privédoeleinden worden gebruikt. In dat geval moet de werknemer fiscale bijtelling en een eigen bijdrage betalen. Het maximaal toegestane aantal privékilometers per jaar is 10.000 kilometer. Als de werknemer ervoor kiest om de leaseauto alleen zakelijk te gebruiken, dan is privégebruik volgens de fiscale regelgeving beperkt tot maximaal 500 kilometer per jaar. [verzoeker] heeft er bij aanvang van het dienstverband voor gekozen om de auto ook voor privédoeleinden te gebruiken. In dat kader betaalde hij een fiscale bijtelling van € 685,10 per maand en een eigen bijdrage van € 40,00 per maand.
Bij e-mail van 25 november 2024 heeft [verzoeker] aan zijn manager, [naam 2] (hierna: [naam 2] ), verzocht om zijn leaseauto per december 2024 om te zetten van privé naar zakelijk gebruik. Diezelfde dag heeft [naam 2] het verzoek van [verzoeker] doorgezet naar de desbetreffende afdeling binnen NCR.
Bij e-mail van 26 december 2024 heeft [verzoeker] aan NCR het volgende geschreven:
“(…) the car is still on private, I paid again for the private usage, please solve this.”
Bij e-mail van 30 december 2024 heeft NCR als volgt gereageerd:
“(…) We informed payroll and there won’t be any transactions effective from 1st of Jan 2025. (…)”
Vervolgens heeft [verzoeker] in de periode van 30 december 2024 tot en met 21 januari 2025 herhaaldelijk verzocht om bevestiging dat de leaseauto is omgezet van privé naar zakelijk gebruik en terugbetaling van de fiscale bijtelling en de eigen bijdrage van december 2024.
Bij e-mail van 21 januari 2025 heeft NCR aan [verzoeker] het volgende geschreven:
“(… ) Payroll is asking for a letter from Tax team.”
Diezelfde dag heeft [verzoeker] per e-mail gereageerd en gevraagd om welke brief het ging. Daar heeft hij nooit meer een reactie op ontvangen.
[verzoeker] heeft vanaf januari 2026 geen fiscale bijtelling meer betaald, maar de eigen bijdrage van € 40,00 is niet direct stopgezet.
Op 13 maart 2025 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld. Vanaf 6 mei 2025 heeft [verzoeker] helemaal geen werkzaamheden meer verricht voor NCR.
Bij e-mail van 16 mei 2025 heeft [verzoeker] aan NCR verzocht om een andere leaseauto en meegedeeld geen werkzaamheden te kunnen verrichten tot hij een nieuwe auto heeft.
[verzoeker] heeft op 22 mei 2025 de arbodienst bezocht. In de daarna opgestelde probleemanalyse staat onder meer het volgende:
“(…) Dhr. [verzoeker] is beperkt in dynamische handelingen en statische houdingen. Meneer werkt aan zijn herstel onder begeleiding van een behandelaar.
De klachten worden instant gehouden door werk gerelateerde factoren. Wij adviseren een werkplekonderzoek t.b.v. de re-integratie en duurzaam herstel. Tot de werk gerelateerde factoren zijn opgelost kan er geen werkhervatting plaatsvinden. Werkgever en werknemer dienen hierover wekelijks in gesprek te blijven om ook samen naar oplossingen te blijven zoeken en de arbeidsrelatie te onderhouden. (…)”
Op 8 juli 2025 heeft NCR de gegevens van de leaseauto van [verzoeker] opgevraagd bij de leasemaatschappij. Op basis van deze gegevens heeft NCR ontdekt dat er met de aan [verzoeker] ter beschikking gestelde leaseauto tussen 6 mei 2025 en 8 juli 2025 ongeveer 2.500 kilometer is gereden en er met de tankpas 221,9 liter diesel is getankt.
Op 10 juli 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] , [naam 1] en [naam 2] . Tijdens dit gesprek is de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] en het gebruik van de leaseauto besproken.
Op 14 juli 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat onder meer het volgende:
“(…) Urgent reasons for your dismissal with immediate effect
Considering our findings and your statements in this regard, we informed you during our call today that NCR finds there are urgent reasons for your dismissal with immediate effect (in Dutch: “ontslag op staande voet”). Therefore, we decided to terminate your employment contract effective today, 14 July 2025. We have taken all the circumstances of your case into account in our decision.
NCR considers the frequent use of the company car (approx. 2,500 kilometers in two months) for private purposes, while you are on sick leave and claiming that you are unable to work at all because you cannot drive the company car, to be unacceptable and blameworthy. In addition to this, you have violated the applicable tax regulations, which determine that you can only drive 500 private kilometers in one year and otherwise the fiscal addition must be paid, of which you are well aware. Not only did you expose NCR to the risk of the tax authorities imposing a fine or additional tax claim on NCR, you also used the company car and fuel card for private purposes at NCR’s expense without permission, which resulted in financial damages to NCR. When asked about your use of the company car, you are initially not transparent and you only admit your actions when confronted with compromising evidence. Your conduct has led to an irreparable damage of trust in you as an employee.
For NCR, the above facts and circumstances are so serious and culpable that together, but also each separately, they justify a dismissal with immediate effect. (…)”
3 Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair om een billijke vergoeding toe te kennen en om NCR te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder verzoekt [verzoeker] dat NCR veroordeeld wordt tot het verstrekken van een bruto/netto specificatie van de verzochte bedragen en de eindafrekening, op straffe van verbeurte van een dwangsom. [verzoeker] heeft ook een subsidiair en een uiterst subsidiair verzoek ingediend.
[verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Volgens [verzoeker] mocht hij gebruik maken van de leaseauto en de tankpas tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. De leaseauto is niet omgezet van zakelijk naar privé omdat NCR dit nooit aan hem heeft bevestigd. [verzoeker] heeft tijdens zijn arbeidsongeschiktheid niet bovenmatig gebruik gemaakt van de leaseauto. Verder blijkt nergens uit dat [verzoeker] zijn herstel heeft belemmerd door gebruik te blijven maken van de leaseauto. Ook is niet gebleken dat [verzoeker] NCR heeft blootgesteld aan mogelijke sancties van de Belastingdienst. Voor zover sprake is van overtreding van belastingregelgeving, resulteert dit in een fiscale bijtelling voor [verzoeker] en mogelijk een boete voor hem. Van een dringende reden om hem op staande voet te ontslaan is dan ook geen sprake. Het ontslag is volgens [verzoeker] ook niet onverwijld gegeven.
NCR voert aan dat [verzoeker] oneigenlijk en excessief in privé tijdens zijn arbeidsongeschiktheid gebruik heeft gemaakt van de leaseauto die hij vanaf januari 2025 alleen nog maar zakelijk mocht gebruiken. [verzoeker] heeft zijn herstel willens en wetens belemmerd door ondanks zijn klachten toch regelmatig tijdens arbeidsongeschiktheid aanzienlijke kilometers te rijden. Dit terwijl hij zelf heeft aangegeven dat zijn klachten worden veroorzaakt en verergerd door het rijden in de leaseauto. Verder heeft [verzoeker] geen enkele verklaring gegeven voor het bovenmatige onrechtmatige privégebruik van de leaseauto.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of NCR moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Voor beantwoording daarvan moet allereerst beoordeeld worden of het gegeven ontslag op staande voet al dan niet rechtsgeldig is gegeven.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is, dat wil zeggen zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Onverwijld betekent dat dit direct of zo snel mogelijk moet gebeuren. Het gaat er daarbij om dat het voor de werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke eigenschappen of gedragingen voor de werkgever aanleiding zijn geweest voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet de dringende reden bewijzen.
[verzoeker] heeft gesteld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat het niet onverwijld zou zijn gegeven. Met NCR is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag wel voldoende onverwijld is gegeven. NCR heeft aangevoerd dat zij op 8 juli 2025 heeft ontdekt dat er in de periode van 8 mei 2025 tot 8 juli 2025 rond de 2.500 kilometer met de leaseauto van [verzoeker] is gereden, waarna zij [verzoeker] op 9 juli 2025 heeft uitgenodigd voor een gesprek op donderdag 10 juli 2025. Vervolgens heeft NCR op 11 juli 2025 intern overleg gevoerd met de juridische afdeling en [verzoeker] op maandag 14 juli 2025 op staande voet ontslagen. Er zijn geen aanwijzingen dat NCR al eerder op de hoogte was van het gebruik van de leaseauto tijdens de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] . Gelet daarop heeft NCR voldoende voortvarend gehandeld en is het ontslag onverwijld gegeven.
Uit de ontslagbrief van 14 juli 2025 blijkt dat de dringende reden voor het ontslag op staande voet is dat [verzoeker] de leaseauto veelvuldig privé heeft gebruikt terwijl hij arbeidsongeschikt was, omdat hij naar eigen zeggen door de leaseauto zijn werk niet kon uitvoeren. Daarbij heeft [verzoeker] volgens NCR de belastingregels overtreden door met de leaseauto meer dan 500 kilometer per jaar privé te rijden. [verzoeker] heeft NCR daardoor blootgesteld aan mogelijke sancties van de Belastingdienst. Daarnaast heeft NCR financiële schade geleden doordat [verzoeker] zonder toestemming gebruik heeft gemaakt van de leaseauto en de tankpas. Verder was [verzoeker] niet open over het gebruik van de leaseauto toen hiernaar werd gevraagd. De in de brief genoemde redenen vormen elk afzonderlijk, maar ook in samenhang bezien een dringende reden, aldus NCR.
NCR verwijst naar het feit dat [verzoeker] tijdens zijn arbeidsongeschiktheid met de leaseauto heeft gereden. De kantonrechter kan zich voorstellen dat NCR [verzoeker] dit kwalijk neemt, maar dit op zichzelf vormt geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Niet gebleken is dat [verzoeker] in strijd heeft gehandeld met de re-integratieverplichtingen. NCR heeft ook geen deskundigenoordeel van het UWV aangevraagd om vast te stellen dat het gebruik van de leaseauto de re-integratie belemmert. Wat betreft de discussie of Imbroganio de leaseauto privé mocht gebruiken, merkt de kantonrechter op dat [verzoeker] op 25 november 2024 NCR heeft verzocht om het gebruik van de leaseauto van privé naar zakelijk om te zetten, waarna de fiscale bijtelling vanaf januari 2025 is stopgezet. Tegelijkertijd blijkt dat NCR niet duidelijk heeft gecommuniceerd over de omzetting van zakelijk naar privégebruik. Dit doet aan de beoordeling van de dringende reden echter weinig af, omdat NCR geen financiële schade heeft geleden door het gebruik van de leaseauto door [verzoeker] . NCR heeft immers geen nadeel ondervonden, aangezien een werknemer niet wordt gecompenseerd wanneer het gebruik van de leaseauto van privé naar zakelijk wordt gewijzigd, hetgeen voor NCR meer kost. Wel kan de Belastingdienst bij dergelijke wijzigingen bijtelling toepassen omdat [verzoeker] niet heeft bijgehouden welke kilometers zakelijk en privé zijn gereden. Deze fiscale consequenties betreffen echter [verzoeker] persoonlijk en hebben geen invloed op het financiële belang van NCR. Verder is de kantonrechter van oordeel dat het rijden van 2.500 kilometer in een periode van twee maanden wellicht veel is, maar gezien het toegestane totaal van 10.000 kilometer per jaar nog binnen die grens blijft. Dit aantal kilometers zou geen grond zijn voor een ontslag als [verzoeker] de leaseauto privé had mogen gebruiken. Van excessief gebruik van de leaseauto is dan ook geen sprake. Dat [verzoeker] niet gelijk open was over het privégebruik van de leaseauto tijdens zijn arbeidsongeschiktheid kan hem worden verweten, maar is niet zodanig ernstig dat dit een dringende reden vormt. De aan [verzoeker] gemaakte verwijten zijn gelet op het voorgaande onvoldoende reden om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet is daarom geen sprake.
Het verzoek om NCR te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. Daarbij wordt uitgegaan van het door NCR berekende bruto maandloon van € 5.771,74 inclusief emolumenten, nu NCR de gemiddelde toeslagen conform artikel 3 lid 1 van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding heeft berekend. NCR wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 4.200,11 bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 14 augustus 2026.
Ook de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de (wettelijke) opzegtermijn. Tussen partijen is niet in geschil dat de voor NCR geldende opzegtermijn vier maanden bedraagt. Nu NCR het volledige basissalaris over de maand juli 2025 al aan [verzoeker] heeft betaald, wordt de vergoeding vastgesteld op een bedrag van € 24.314,91 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 14 juli 2025.
Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 5.000,00. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. Als gevolg van het ontslag is [verzoeker] zijn baan kwijtgeraakt. Hij dient hiervoor gecompenseerd te worden. Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding neemt de kantonrechter in aanmerking dat het vertrouwen van NCR in [verzoeker] gelet op zijn gedragingen is beschadigd en de arbeidsovereenkomst daardoor mogelijk niet lang meer zou duren. De inkomensschade van [verzoeker] is beperkt gebleven, nu hij ter zitting heeft toegelicht dat hij al enkele maanden als zzp-er werkzaam is. Verder is rekening gehouden met de omstandigheid dat [verzoeker] tevens aanspraak maakt op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van ruim vier maandsalarissen.
NCR zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
Het verzoek om NCR te veroordelen tot het verstrekken van bruto-netto specificaties van de in deze procedure toegewezen bedragen en de eindafrekening zal worden toegewezen. Wel zal NCR hiervoor een redelijke termijn van 30 dagen worden geboden. NCR heeft verklaard dat zij een bruto-netto specificatie zal verstrekken als de verzoeken van [verzoeker] voor toewijzing in aanmerking komen. Daarnaast is zij bereid om [verzoeker] te voorzien van een bruto-netto specificatie van de eindafrekening. Een dwangsom zoals door [verzoeker] is daarom niet nodig en wordt afgewezen.
Omdat het primaire verzoek wordt toegewezen, wordt niet meer toegekomen aan het subsidiaire en het uiterst subsidiaire verzoek.
De proceskosten komen voor rekening van NCR, omdat NCR overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van NCR. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.206,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt NCR om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt NCR om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 24.314,91, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt NCR om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 4.200,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 augustus 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt NCR tot verstrekking aan [verzoeker] van bruto-netto specificaties van de hierboven toegewezen bedragen en de eindafrekening binnen 30 dagen na deze beschikking,
veroordeelt NCR in de proceskosten van € 1.206,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als NCR niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
veroordeelt NCR tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
51447