Arbeidsrecht

kort geding / afgewezen / na de datum van de ontbindingsbeschikking maar voor de ontbindingsdatum wordt…

Rechtbank Amsterdam, 29 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 oktober 2024
Datum publicatie
25 oktober 2024
Zaaknummer
11238753 \ KK EXPL 24-534
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:6547
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

kort geding / afgewezen / na de datum van de ontbindingsbeschikking maar voor de ontbindingsdatum wordt werknemer aangenomen in een andere functie. Geen nieuwe arbeidsovereenkomst, maar herplaatsing in bestaande arbeidsovereenkomst. Die is ontbonden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11238753 \ KK EXPL 24-534

Vonnis in kort geding van 29 oktober 2024

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. M.H.J. Provó Kluit,

tegen

GEMEENTE AMSTERDAM,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: gemeente Amsterdam,

gemachtigde mr. C.M. Wijmans.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 augustus 2024 met producties,

- de vooraf overgelegde conclusie van antwoord met voorwaardelijk tegenverzoek van de gemeente Amsterdam,
- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiser] .

2 De feiten

2.1.

[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1972, komt op 15 maart 2007 in dienst bij de gemeente Amsterdam. Vanaf 1 november 2020 werkt [eiser] in de functie van re-integratieconsulent (medewerker dienstverlening E) bij de directie Werk en Participatie.

2.2.

De gemeente Amsterdam verzoekt de kantonrechter in oktober 2022 om de arbeidsovereenkomst met [eiser] te ontbinden. De kantonrechter wijst in de beschikking van 14 februari 2023 het ontbindingsverzoek af, kort gezegd omdat weliswaar is voldaan aan de d-grond (disfunctioneren), maar de gemeente onvoldoende aan haar herplaatsingsinspanningen heeft voldaan.

2.3.

Vervolgens start de gemeente Amsterdam een herplaatsingstraject op, georganiseerd vanuit het carrièrecentrum van de gemeente Amsterdam. Tijdens het traject wordt [eiser] begeleid door [naam 1] , loopbaanadviseur.

2.4.

De gemeente Amsterdam verzoekt de kantonrechter in december 2023 opnieuw om de arbeidsovereenkomst met [eiser] te ontbinden, omdat het traject niet tot herplaatsing had geleid.

2.5.

De kantonrechter wijst met de beschikking van 15 mei 2024 het ontbindingsverzoek toe. Hij ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen gemeente Amsterdam en [eiser] met ingang van 1 juli 2024 en kent [eiser] een transitievergoeding toe.

2.6.

Tijdens deze laatste ontbindingsprocedure heeft de loopbaanadviseur contact opgenomen met [eiser] voor een functie als Teamondersteuner bij het Team Veiligheid in Zuid. [eiser] laat haar weten dat hij geïnteresseerd is.

2.7.

Op 18 mei 2024, drie dagen nadat de kantonrechter de beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst nam, neemt een coördinator van het Team Veiligheid in Zuid contact op met [eiser] . Enige dagen later, op 23 mei 2024, vindt een klikgesprek plaats tussen [eiser] en twee coördinatoren van het Team Veiligheid in Zuid. Diezelfde dag stuurt de loopbaanadviseur [eiser] een Whatsapp die luidt:

“Hi [eiser] , [naam 2] heeft mij gebeld. Je bent aangenomen.

Jouw afdeling gaat vandaag bowlen

ga alsjeblieft mee”

2.8.

Vanaf 28 mei 2024 werkt [eiser] , althans loopt hij mee, bij het Team Veiligheid in Zuid. De dag erna heeft hij een arbeidsvoorwaardengesprek met de teammanager, [naam 2] , en een van de coördinatoren.

2.9.

Enige dagen daarna, op 4 juni 2024, laat [naam 2] [eiser] per e-mail weten dat hij een gesprek met hem wil. Omdat [eiser] niet op het voorgestelde moment kon, laat [naam 2] – na enige e-mails over en weer – weten dat de overplaatsing niet doorgaat. Volgens [naam 2] heeft [eiser] hem namelijk afwijkende en onvolledige antwoorden gegeven bij het arbeidsvoorwaardengesprek.

2.10.

De gemeente Amsterdam heeft de loonbetaling gestopt met ingang van 1 juli 2024.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – op hoofdlijnen samengevat – wedertewerkstelling in de functie Teamondersteuner bij het Team Veiligheid in Zuid op straffe van een dwangsom en nabetaling van het loon sinds 1 juli 2024 met wettelijke verhoging en wettelijke rente.

3.2.

Volgens [eiser] is – kort gezegd – een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand gekomen op 23 mei 2024 bij een nieuwe afdeling in een nieuwe functie. Na het bericht van de loopbaanadviseur [naam 1] mocht hij er namelijk op vertrouwen dat hij in deze functie was aangenomen.

3.3.

Gemeente Amsterdam betwist dat hij is aangenomen in deze functie. Hij liep alleen nog mee op de afdeling en geen daartoe bevoegd persoon heeft hem aangenomen. Verder liep de arbeidsovereenkomst met de gemeente Amsterdam op 1 juli 2024 af. Voor zover wel een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, verzoekt de gemeente Amsterdam om de al uitbetaalde transitievergoeding te verrekenen met het na te betalen loon.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom onder meer beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

4.2.

De vraag die hier met name beantwoord moet worden, is hoe de – eventueel – eind mei, begin juni 2024 tot stand gekomen arbeidsovereenkomst voor een functie bij het Team Veiligheid in Zuid zich verhoudt tot de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en de gemeente Amsterdam die bij rechterlijke beschikking op 1 juli 2024 is ontbonden. Die eventueel tot stand gekomen arbeidsovereenkomst voor een functie bij het Team Veiligheid in Zuid is namelijk ook een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en de gemeente Amsterdam.

4.3.

De gemeente Amsterdam betwist weliswaar dat [eiser] is aangenomen in een functie bij het Team Veiligheid in Zuid. Maar ook als geoordeeld moet worden dat [eiser] daar wel is aangenomen, is naar voorlopig oordeel van de kantonrechter – ook in die functie – de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en de gemeente Amsterdam ontbonden per 1 juli 2024. Er is weliswaar sprake van een nieuwe functie bij een nieuwe afdeling, maar die nieuwe functie komt voort uit het ingezette herplaatsingstraject. De loopbaanadviseur heeft [eiser] immers benaderd voor deze functie. Ook de terugkoppeling op 23 mei 2024 dat het klikgesprek dusdanig geslaagd was dat hij was aangenomen, kwam van de loopbaanadviseur. Daardoor is het een nieuwe functie die valt onder de toen nog lopende arbeidsovereenkomst. Maar die arbeidsovereenkomst is bij rechterlijke beschikking ontbonden op 1 juli 2024.

4.4.

Omdat voorshands geoordeeld wordt dat vanaf 1 juli 2024 geen arbeidsverhouding meer bestaat tussen [eiser] en de gemeente Amsterdam, worden de vorderingen afgewezen.

4.5.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gemeente Amsterdam worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

543,00

- nakosten

€

67,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

610,50

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 610,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. ir. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024.

761