Civiel recht overig
Ontslag op staande voet houdt stand. Werknemer heeft zelf ander passend werk gevonden maar maakt daarvan…
Rechtbank Amsterdam, 16 oktober 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:5425 · Rechtbank Amsterdam · 16 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2020-5425
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2020
- Datum publicatie
- 10 november 2020
- Zaaknummer
- 8612710 EA VERZ 20-455
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:5425
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontslag op staande voet houdt stand. Werknemer heeft zelf ander passend werk gevonden maar maakt daarvan bewust geen melding bij werkgever. Beschikking tegelijk met vonnis tot terugbetaling loon.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 8612710 EA VERZ 20-455
beschikking van: 16 oktober 2020
func.: 8622
beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoeker]
wonende te
verzoeker
nader te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. B.M. Dijkstra
t e g e n
de stichting Onderwijsstichting Esprit
gevestigd te
verweerster
nader te noemen: Esprit
gemachtigde: mr. M.F. Hilberdink
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoeker] heeft op 26 juni 2020 een verzoekschrift met producties ingediend.
Esprit heeft een verweerschrift met producties ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaats gevonden op 17 september 2020. Tegelijkertijd is een comparitie gehouden in een door Esprit tegen [verzoeker] aangespannen dagvaardingsprocedure. Esprit is ter zitting verschenen, vertegenwoordigd door mevrouw
[betrokkene verweerster 1] en mevrouw [betrokkene verweerster 2] , vergezeld door de gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. N.L. Verbraak. [verzoeker] is met zijn gemachtigde verschenen. Esprit heeft op voorhand nog stukken in het geding gebracht. [verzoeker] heeft op voorhand verzocht om een proceskostenveroordeling op basis van de werkelijke kosten. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht en de gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald. Op diezelfde datum wordt vonnis gewezen in de dagvaardingsprocedure.
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
Esprit is een onderwijsstichting waarvan veertien scholen onderdeel uitmaken, waaronder het [naam school] .
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1977, is op 1 augustus 2015 in dienst getreden bij Esprit in de functie van docent aardrijkskunde op het [naam school] . De arbeidsomvang bedroeg vanaf dat moment steeds 0,4 fte. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO-Voortgezet Onderwijs (CAO-VO) van toepassing, evenals de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling voortgezet onderwijs (ZAVO).
In de CAO-VO 2018/2019 staat onder meer:
18.4. Nevenwerkzaamheden
1. De werknemer stelt de werkgever in kennis van het aanvaarden van een arbeidsovereenkomst, dan wel van alle andere werkzaamheden waarvoor hij salaris, dan wel anderszins inkomen uit arbeid ontvangt.
(…).
3. Als de in lid 1 bedoelde werkzaamheden naar het oordeel van de werkgever redelijkerwijs in strijd zijn met de belangen van de instelling, zijn zij niet toegestaan.
In de ZAVO staat onder meer:
4. Verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid
a. De werknemer die geheel of gedeeltelijk wegens ziekte verhinderd is zijn dienstbetrekking te vervullen, behoudt gedurende een termijn van 12 maanden zijn volle bezoldiging. Vervolgens geniet de werknemer over de verlofuren wegens ziekte 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn dienstverband.
(…)
15. Staken van bezoldiging
a. De aanspraak op bezoldiging kan door de werkgever geheel of ten dele vervallen worden verklaard, indien en zolang de werknemer:
(…)
VII tijdens de verhindering om zijn dienst te verrichten, voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit blijkens een geneeskundige verklaring door de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het belang van zijn genezing, re-integratie of herplaatsbaarheid gewenst wordt geacht;
(…)
b. Het geheel of gedeeltelijk vervallen van aanspraken, bedoeld onder a. gaat in op een tijdstip, bij de beslissing van de werkgever vermeld. Dit tijdstip ligt niet voor de dag van die beslissing.
(…)
25. Terugbetaling en terugvordering
a. De werkgever kan al hetgeen op grond van deze regeling onverschuldigd of te veel is betaald geheel of gedeeltelijk terugvorderen (…)
[verzoeker] heeft naast zijn werk bij Esprit sinds 1 augustus 2016 een dienstverband bij het CITO, voor in totaal 0,1 fte.
Binnen de vakgroep aardrijkskunde op het [naam school] bestonden eind 2017, begin 2018 samenwerkingsproblemen.
Met ingang van 8 april 2018 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld.
Per 1 september 2018 heeft [verzoeker] een arbeidsovereenkomst gesloten met Stichting Regio voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek-Waterland (verder: het Regio College) in Amsterdam, met een omvang van 0,46 fte in de functie van docent aardrijkskunde. [verzoeker] heeft daarvan geen melding gemaakt bij Esprit. Op het Regio College is [verzoeker] de enige docent aardrijkskunde, zodat hij niet binnen een vakgroep hoeft samen te werken. Hij werkt op de afdeling volwasseneneducatie.
Op 1 oktober 2018 schreef zijn toenmalige gemachtigde in het kader van schikkingsonderhandelingen aan [verzoeker] :
Het goede nieuws is dat Esprit het voorstel integraal accepteert. (…) Het slechte nieuws is dat ze er in willen opnemen
[verzoeker] heeft op het moment van ondertekenen van deze overeenkomst naast de Esprit Scholen bekende deeltijdaanstelling bij CITO (…) geen andere bron van inkomsten noch uitzicht daarop. (…)
Dat hoeft zeker niet te betekenen dat ze weten of vermoeden dat jij ander werk hebt. (…) In de gegeven omstandigheden lijkt mij toch maar gewoon het beste om te melden dat je ander werk hebt aanvaard maar dat je daarmee nog steeds niet op een volledige weektaak zit. (…)
Op 23 oktober 2018 noteerde de bedrijfsarts van Esprit in het medisch dossier van [verzoeker] :
Meneer is gestart op een andere school om les te geven!
Op 14 december 2018 schreef de gemachtigde van [verzoeker] aan Esprit:
Inmiddels heeft cliënt een terugkoppeling ontvangen van de bedrijfsarts d.d. 6 december 2018. Daarin staat dat cliënt na 20 januari a.s. volledig geschikt zal zijn voor zijn werk in taak en uren. Er staat ook dat hij arbeidsongeschikt is voor het werk op het [naam school] omdat dit, kort gezegd, ziekmakend is. In een dergelijke situatie, waarin er sprake is van arbeidsongeschiktheid en de onmogelijkheid om terug te keren naar het eigen werk, is re-integratie in het tweede spoor de voorschreven route. Cliënt stelt derhalve voor dat re-integratie wordt ingezet in het tweede spoor leidend tot herplaatsing in een vaste functie buiten Esprit (…)
Op 10 januari 2019 noemde Esprit in een e-mail aan de gemachtigde van [verzoeker] drie opties voor oplossingsrichtingen: (1) terugkeer op het [naam school] , (2) outplacement of (3) beëindiging van de arbeidsovereenkomst in goed overleg.
Op 18 januari 2019 schreef de gemachtigde van [verzoeker] in reactie hierop onder meer:
Optie 1
(…) Ik vermoed dat u vanuit strategische overwegingen de functie open houdt en de mogelijkheid om terug te keren aanbiedt. In het licht van wat er gebeurd is, is dat echter niet realistisch.
Optie 2
Uw tweede optie, dat er een outplacementtraject kan worden ingezet, komt beter overeen met de noodzaak om in het tweede spoort te re-integreren. (…) Over de einddatum zullen we overeenstemming moeten bereiken. Wat cliënt betreft ligt deze datum niet eerder dan 9 april 2020 (…). Cliënt is bereid eerder uit dienst te treden indien hij eerder via de outplacement elders een vaste benoeming, ter vervanging van zijn benoeming van het [naam school] , heeft aanvaard. (…) Cliënt vraagt zich dus af waarom er nu wel wordt aangestuurd op het verrichten van passend werk op één van de Esprit scholen. (…) Wellicht kan er beter gedacht worden aan een proefplaatsing of een detachering als docent aardrijkskunde bovenbouw havo/vwo op een andere school buiten Esprit Scholen.
(…)
Optie 3
(…) Voor cliënt is de enige reële compensatie voor het verlies van zijn functie bij het [naam school] , het verkrijgen van een vaste benoeming als docent aardrijkskunde voor 0,4 fte op een andere school. Dat is wat hij had bij het [naam school] , en dat is de situatie waarin hij teruggebracht wil worden. (…)
Op 29 april 2020 is een aanvraag WIA-uitkering van [verzoeker] afgewezen. In het arbeidsdeskundig rapport dat hieraan ten grondslag ligt staat onder meer:
U heeft zich niet ziekgemeld voor uw werk bij CITO en u bent vanaf september 2018 structureel in loondienst bij Stichting Regio voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek-Waterland werkzaam in uw maatgevende arbeid docent aardrijkskunde voor gemiddeld 17,01 uur per week. Ik acht u daarom geschikt voor uw maatgevende arbeid, waarbij ik vaststel dat u structureel totaal méér uren (gemiddeld 22,15 u/wk) tegen een hoger uurloon (gemiddeld € 28,81 per uur) in uw maatgevende arbeid werkzaam bent dan vóór uw ziekmelding.
Laatstgenoemde informatie werd op 7 mei 2020 in de avond door Esprit ontvangen. Op 15 mei 2020 werd door Esprit vervolgens de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd wegens een dringende reden. In de opzeggingsbrief staat onder meer:
Uit het arbeidskundig rapport van 23 april 2020 is Esprit Scholen gebleken dat u al vanaf 1 september 2018 structureel in loondienst bent bij de Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek-Waterland in de maatgevende arbeid als docent aardrijkskunde voor gemiddeld 17,01 uur per week. (…)
Vóór 1 september 2018 en ook nadien, zijn met u gesprekken gevoerd over de beëindiging van uw arbeidsovereenkomst en zijn door Esprit Scholen daartoe voorstellen gedaan. Esprit Scholen heeft zich ingespannen om voor u een passende werkplek te vinden. Alle voorstellen van Esprit Scholen zijn door u van de hand gewezen.
U heeft vanaf 1 september 2018 niet gemeld dat u een nieuwe aanstelling had in een grotere omvang. In plaats daarvan heeft u aanspraak gemaakt op salarisbetaling tijdens ziekte en re-integratie tweede spoor. Esprit scholen maakt u ernstig verwijt van uw handelswijze.
(…)
Voor onderwijsstichting Esprit vormen de omstandigheden dat u zowel Esprit Scholen als de (behandelend) artsen en de 2e spoor re-integratie begeleiders gelet op het vorenstaande onvolledig, of onjuist informeert over uw persoonlijk situatie dan wel zand in de ogen strooit en aldus ten onrechte aanspraak maakt op ontslagbescherming tijdens ziekte, het feit dat u aangeeft op zoek te zijn naar ander passend werk bij een andere werkgever dat u al heeft gevonden en daarin ook loon verwerft en ondertussen jegens Esprit Scholen aanspraak maakt op loon betaling terwijl u in staat bent de eigen werkzaamheden te verrichten, aanspraak maakt op re-integratie advies en re-integratie tweede spoor, op 15 januari 2019 aangeeft een flinke terugval te hebben gehad en uw advocaat op 18 januari 2019 laat berichten dat u niet vanuit WW wil solliciteren, zowel ieder voor zich als in gezamenlijk verband te bezien een of meer dringende reden(en) (…)
[verzoeker] is tot op heden werkzaam bij het Regio College, inmiddels met een vaste aanstelling van nog altijd 0,46 fte. Daarnaast heeft hij nog steeds zijn werk bij het CITO voor 0,1 fte.
Verzoek en verweer
2. [verzoeker] legt zich neer bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Hij verzoekt wel – kort gezegd – voor recht te verklaren dat hij recht heeft op loon bij Esprit van
1 september 2018 tot 15 mei 2020. Daarnaast verzoekt hij betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 4.745,66 bruto, de transitievergoeding van
€ 2.926,23 bruto, een billijke vergoeding van € 20.000,00 bruto, een vergoeding voor kosten rechtsbijstand van € 9.620; alles te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van Esprit in de volledige proceskosten.
3. Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag, samengevat, dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Om te beginnen heeft hij wel degelijk met de bedrijfsarts en andere betrokkenen gedeeld dat hij ander werk had. Esprit had het ook kunnen weten. Bovendien was dit andere werk voor Esprit niet van belang, het vond immers plaats in de eigen tijd van [verzoeker] . Ook op formele gronden kan het ontslag niet in stand blijven, nu het niet onverwijld is gegeven.
4. Esprit voert verweer en stelt zich op het standpunt dat wel degelijk sprake is van een geldig ontslag op staande voet. Op het verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
5. De centrale vraag in deze zaak is of [verzoeker] rechtsgeldig op staande voet is ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat het geval. Het volgende is daarvoor de reden.
6. Volgens artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW is bepaald dat een dringende reden onder andere aanwezig kan zijn als de werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.
7. Maatgevend bij de beoordeling zijn de aan [verzoeker] gemaakte verwijten zoals vermeld in de brief van 15 mei 2020, nu die als dringende reden aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd. Een deel van die verwijten heeft Esprit laten vallen, omdat inmiddels duidelijk is dat in ieder geval de bedrijfsarts op de hoogte was van de nieuwe baan van [verzoeker] . Nu uit de ontslagbrief volgt dat de aangevoerde redenen zowel op zichzelf als in samenhang reden zijn voor het ontslag, moet dan beoordeeld worden of één of meer van de resterende verwijten – al dan niet in samenhang – voldoende zijn voor ontslag op staande voet.
8. Onderdeel van die resterende verwijten is dat [verzoeker] Esprit onjuist heeft geïnformeerd over zijn persoonlijke situatie en dat hij te kennen gaf op zoek te zijn naar ander passend werk terwijl hij dat al had gevonden. Van september 2018 tot mei 2020 is [verzoeker] onterecht en in strijd met arbeidsovereenkomst, CAO, ZAVO en wet aanspraak blijven maken op loondoorbetaling tijdens ziekte en re-integratie in het tweede spoor, terwijl hij dus al ander passend werk had, aldus Esprit.
9. Niet ter discussie staat dat [verzoeker] van september 2018 tot mei 2020 werkzaam was als docent aardrijkskunde bij het Regio College, de functie die hij ook had bij Esprit. In beide functie gaf [verzoeker] les aan bovenbouwklassen. Evenmin is weersproken dat [verzoeker] in genoemde periode door Esprit werd doorbetaald en dat hij aanspraak maakte op re-integratie in het tweede spoor. Wat [verzoeker] echter wel betwist, is dat het werk bij het Regio College moet worden gezien als werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie. Om te beginnen was geen sprake van een vaste aanstelling en bovendien was de setting waarbinnen hij ging werken heel anders, aldus [verzoeker] .
10. Naar het oordeel van de kantonrechter is het werk dat [verzoeker] bij het Regio College heeft aanvaard wel degelijk aan te merken als passend werk als bedoeld in artikel 7:658a lid 4. De functie die [verzoeker] daar kreeg is docent aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs, net als zijn functie bij Esprit. Uit het arbeidsdeskundig rapport van het UWV volgt daarbij dat het loon bij Regio College hoger ligt dan in de oude functie. Dat [verzoeker] bij Regio College niet samen hoeft te werken in een vakgroep en werkte met (jong-) volwassenen maakt niet dat niet van passende arbeid kan worden gesproken. [verzoeker] moet dat ook hebben begrepen. Dit alles betekent dat [verzoeker] feitelijk al in september 2018 een grote stap heeft gezet in het re-integreren in het zogenaamde tweede spoor. Dat hij op dat moment nog geen vaste aanstelling kreeg doet daar niet aan af, die had immers het einddoel kunnen zijn van het re-integratietraject. Dat einddoel had [verzoeker] met Esprit moeten bespreken. Artikel 7:629 lid 12 BW biedt bovendien het vangnet dat [verzoeker] kennelijk wilde hebben voor het geval de tijdelijke aanstelling niet verlengd zou worden. In plaats van te bespreken dat hij al ander werk had en wat zijn bedoeling was, heeft [verzoeker] vanaf eind 2018 steeds aangedrongen op re-integratie in het tweede spoor. Het moet voor [verzoeker] ook duidelijk zijn geweest dat zijn nieuwe werk relevant was in het kader van zijn re-integratie en hij had daarover open kaart moeten spelen. Het ging immers om precies dezelfde functie. Uit de e-mail van zijn toenmalige advocaat van 1 oktober 2018 volgt ook dat [verzoeker] zich er van bewust was dat zijn nieuwe werk relevant was voor Esprit. [verzoeker] heeft nog aangevoerd dat hij zijn gemachtigde nadien heeft verzocht Esprit op de hoogte te brengen, waarna hij er vanuit ging dat dit ook was gebeurd. Dit heeft hij echter op geen enkele wijze onderbouwd. Dat had wel gekund, zijn toenmalige gemachtigde had immers een verklaring af kunnen leggen. De informatie die wel voorhanden is wijst bovendien richting het tegendeel: namens [verzoeker] is in 2019 aanspraak gemaakt op re-integratie in het tweede spoor voor 0,4 fte, zonder dat met een woord over de functie bij het Regio College wordt gesproken. Dat de bedrijfsarts op dat moment wel wist van de nieuwe functie is onvoldoende, het is immers de werkgever die geïnformeerd moest worden en daarnaast is de bedrijfsarts gebonden aan geheimhouding.
11. De conclusie is dat [verzoeker] gedurende 21 maanden waarin hij ziek was voor zijn eigen werk, bewust heeft verzwegen dat hij tegen betaling ander passend werk verrichtte. Hiermee heeft hij grovelijk de plichten veronachtzaamt die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien, zodat van Esprit redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Er zijn ook geen (persoonlijke) omstandigheden gesteld of gebleken die aan het ontslag op staande voet in de weg staan. Integendeel, nu [verzoeker] feitelijk al ander werk had waren de gevolgen van het ontslag voor hem beperkt.
12. Het ontslag is ook onverwijld gegeven, zo volgt uit de onweersproken toelichting die Esprit ter zitting heeft gegeven. Uit die toelichting blijkt dat het UWV-rapport binnen Esprit een lange weg heeft afgelegd voordat dit terecht kwam bij de tot ontslag bevoegde instantie: het college van bestuur. Het rapport is binnengekomen op de postkamer op 7 mei 2020. Daarna is het via de verzuimcoördinator naar de rector van het [naam school] gegaan. Vervolgens is de rector naar HR gegaan, die weer contact heeft opgenomen met de gemachtigde. Pas na diens beoordeling van de situatie is het rapport vervolgens terecht gekomen bij de tot ontslag bevoegde instantie. Dit college van bestuur heeft vervolgens nog onderling af moeten stemmen, voordat het besluit tot ontslag werd genomen. Al met al acht de kantonrechter voldoende onderbouwd dat er een aantal dagen overheen is gegaan voordat het college van bestuur over alle informatie beschikte om het ontslagbesluit te kunnen nemen, waarna met voldoende voortvarendheid tot ontslag is overgegaan.
13. Het ontslag is dan ook rechtsgeldig gegeven en de verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen voor zover deze uitgaan van het tegendeel.
14. De gevorderde verklaring voor recht zal eveneens worden afgewezen, nu in het vandaag tussen partijen te wijzen vonnis wordt geoordeeld dat [verzoeker] ten onrechte loon bij Esprit heeft genoten en dat re-integratiekosten deels onnodig zijn gemaakt.
15. Nu [verzoeker] in het ongelijk is gesteld, zal hij de proceskosten van Esprit moeten betalen.
BESLISSING
De kantonrechter:
wijst de verzoeken af;
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten aan de kant van Esprit gevallen, tot op heden begroot op € 480,00 aan salaris gemachtigde;
veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van deze beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter en op 16 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter