Civiel recht overig

Terugvordering loon zieke werknemer op grond van 7:629 lid 5 BW toegewezen. Ander passend werk verzwegen. Ook…

Rechtbank Amsterdam, 16 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 oktober 2020
Datum publicatie
10 november 2020
Zaaknummer
8658937 CV EXPL 20-13137
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:5426
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Terugvordering loon zieke werknemer op grond van 7:629 lid 5 BW toegewezen. Ander passend werk verzwegen. Ook verplichting reintegratiekosten gedeeltelijk terug te betalen. Tegelijk beschikking gewezen waarin ontslag op staande voet stand houdt.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8658937 CV EXPL 20-13137

vonnis van: 16 oktober 2020

fno.: 8622

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting Onderwijsstichting Esprit

gevestigd te Amsterdam

eiseres

nader te noemen: Esprit

gemachtigde: mr. M.F. Hilberdink

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. B.M. Dijkstra

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 10 juli 2020 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties.

Vervolgens is bij rolmededeling een datum bepaald voor een comparitie van partijen. De comparitie heeft plaats gevonden op 17 september 2020. Tegelijkertijd is een verzoekschrift van [gedaagde] mondeling behandeld. Esprit is ter zitting verschenen, vertegenwoordigd door mevrouw [betrokkene 1 eiseres] en mevrouw [betrokkene 2 eiseres] , vergezeld door de gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. N.L. Verbraak. [gedaagde] is met zijn gemachtigde verschenen. Esprit heeft op voorhand nog stukken in het geding gebracht. [gedaagde] heeft op voorhand verzocht om een proceskostenveroordeling op basis van de werkelijke kosten. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht en de gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald. Op diezelfde datum wordt beschikking gewezen in de verzoekschriftprocedure.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en erkend of niet (voldoende) weersproken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Esprit is een onderwijsstichting waarvan veertien scholen onderdeel uitmaken, waaronder het [naam school] .

1.2.

[gedaagde] , geboren op [geboortedatum] 1977, is op 1 augustus 2015 in dienst getreden bij Esprit in de functie van docent aardrijkskunde op het [naam school] te [plaats] . De arbeidsomvang bedroeg vanaf dat moment steeds 0,4 fte. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO-Voortgezet Onderwijs (CAO-VO) van toepassing, evenals de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling voortgezet onderwijs (ZAVO).

1.3.

In de CAO-VO 2018/2019 staat onder meer:
18.4. Nevenwerkzaamheden

1. De werknemer stelt de werkgever in kennis van het aanvaarden van een arbeidsovereenkomst, dan wel van alle andere werkzaamheden waarvoor hij salaris, dan wel anderszins inkomen uit arbeid ontvangt.

(…).

3. Als de in lid 1 bedoelde werkzaamheden naar het oordeel van de werkgever redelijkerwijs in strijd zijn met de belangen van de instelling, zijn zij niet toegestaan.
In de ZAVO staat onder meer:

4. Verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid
a. De werknemer die geheel of gedeeltelijk wegens ziekte verhinderd is zijn dienstbetrekking te vervullen, behoudt gedurende een termijn van 12 maanden zijn volle bezoldiging. Vervolgens geniet de werknemer over de verlofuren wegens ziekte 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn dienstverband.
(…)
15. Staken van bezoldiging

a. De aanspraak op bezoldiging kan door de werkgever geheel of ten dele vervallen worden verklaard, indien en zolang de werknemer:
(…)
VII tijdens de verhindering om zijn dienst te verrichten, voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit blijkens een geneeskundige verklaring door de arbodienst of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het belang van zijn genezing, re-integratie of herplaatsbaarheid gewenst wordt geacht;
(…)
b. Het geheel of gedeeltelijk vervallen van aanspraken, bedoeld onder a. gaat in op een tijdstip, bij de beslissing van de werkgever vermeld. Dit tijdstip ligt niet voor de dag van die beslissing.
(…)
25. Terugbetaling en terugvordering
a. De werkgever kan al hetgeen op grond van deze regeling onverschuldigd of te veel is betaald geheel of gedeeltelijk terugvorderen (…)

1.4.

[gedaagde] heeft naast zijn werk bij Esprit sinds 1 augustus 2016 een dienstverband bij het CITO, voor in totaal 0,1 fte.

1.5.

Binnen de vakgroep aardrijkskunde op het [naam school] bestonden eind 2017, begin 2018 samenwerkingsproblemen.

1.6.

Met ingang van 8 april 2018 heeft [gedaagde] zich ziek gemeld.

1.7.

Per 1 september 2018 heeft [gedaagde] een arbeidsovereenkomst gesloten met Stichting Regio voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek-Waterland (verder: het Regio College) in Amsterdam, met een omvang van 0,46 fte in de functie van docent aardrijkskunde. [gedaagde] heeft daarvan geen melding gemaakt bij Esprit. Op het Regio College is [gedaagde] de enige docent aardrijkskunde, zodat hij niet binnen een vakgroep hoeft samen te werken. Hij werkt op de afdeling volwasseneneducatie.

1.8.

Op 1 oktober 2018 schreef zijn toenmalige gemachtigde in het kader van schikkingsonderhandelingen aan [gedaagde] :
Het goede nieuws is dat Esprit het voorstel integraal accepteert. (…) Het slechte nieuws is dat ze er in willen opnemen
[gedaagde] heeft op het moment van ondertekenen van deze overeenkomst naast de Esprit Scholen bekende deeltijdaanstelling bij CITO (…) geen andere bron van inkomsten noch uitzicht daarop. (…)
Dat hoeft zeker niet te betekenen dat ze weten of vermoeden dat jij ander werk hebt. (…) In de gegeven omstandigheden lijkt mij toch maar gewoon het beste om te melden dat je ander werk hebt aanvaard maar dat je daarmee nog steeds niet op een volledige weektaak zit. (…)

1.9.

Op 23 oktober 2018 noteerde de bedrijfsarts van Esprit in het medisch dossier van [gedaagde] :
Meneer is gestart op een andere school om les te geven!

1.10.

Op 14 december 2018 schreef de gemachtigde van [gedaagde] aan Esprit:
Inmiddels heeft cliënt een terugkoppeling ontvangen van de bedrijfsarts d.d. 6 december 2018. Daarin staat dat cliënt na 20 januari a.s. volledig geschikt zal zijn voor zijn werk in taak en uren. Er staat ook dat hij arbeidsongeschikt is voor het werk op het [naam school] omdat dit, kort gezegd, ziekmakend is. In een dergelijke situatie, waarin er sprake is van arbeidsongeschiktheid en de onmogelijkheid om terug te keren naar het eigen werk, is re-integratie in het tweede spoor de voorschreven route. Cliënt stelt derhalve voor dat re-integratie wordt ingezet in het tweede spoor leidend tot herplaatsing in een vaste functie buiten Esprit (…)

1.11.

Op 10 januari 2019 noemde Esprit in een e-mail aan de gemachtigde van [gedaagde] drie opties voor oplossingsrichtingen: (1) terugkeer op het [naam school] , (2) outplacement of (3) beëindiging van de arbeidsovereenkomst in goed overleg.

1.12.

Op 18 januari 2019 schreef de gemachtigde van [gedaagde] in reactie hierop onder meer:
Optie 1
(…) Ik vermoed dat u vanuit strategische overwegingen de functie open houdt en de mogelijkheid om terug te keren aanbiedt. In het licht van wat er gebeurd is, is dat echter niet realistisch.
Optie 2
Uw tweede optie, dat er een outplacementtraject kan worden ingezet, komt beter overeen met de noodzaak om in het tweede spoort te re-integreren. (…) Over de einddatum zullen we overeenstemming moeten bereiken. Wat cliënt betreft ligt deze datum niet eerder dan 9 april 2020 (…). Cliënt is bereid eerder uit dienst te treden indien hij eerder via de outplacement elders een vaste benoeming, ter vervanging van zijn benoeming van het [naam school] , heeft aanvaard. (…) Cliënt vraagt zich dus af waarom er nu wel wordt aangestuurd op het verrichten van passend werk op één van de Esprit scholen. (…) Wellicht kan er beter gedacht worden aan een proefplaatsing of een detachering als docent aardrijkskunde bovenbouw havo/vwo op een andere school buiten Esprit Scholen.
(…)
Optie 3
(…) Voor cliënt is de enige reële compensatie voor het verlies van zijn functie bij het [naam school] , het verkrijgen van een vaste benoeming als docent aardrijkskunde voor 0,4 fte op een andere school. Dat is wat hij had bij het [naam school] , en dat is de situatie waarin hij teruggebracht wil worden. (…)

1.13.

Op 29 april 2020 is een aanvraag WIA-uitkering van [gedaagde] afgewezen. In het arbeidsdeskundig rapport dat hieraan ten grondslag ligt staat onder meer:
U heeft zich niet ziekgemeld voor uw werk bij CITO en u bent vanaf september 2018 structureel in loondienst bij Stichting Regio voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek-Waterland werkzaam in uw maatgevende arbeid docent aardrijkskunde voor gemiddeld 17,01 uur per week. Ik acht u daarom geschikt voor uw maatgevende arbeid, waarbij ik vaststel dat u structureel totaal méér uren (gemiddeld 22,15 u/wk) tegen een hoger uurloon (gemiddeld € 28,81 per uur) in uw maatgevende arbeid werkzaam bent dan vóór uw ziekmelding.

1.14.

Laatstgenoemde informatie werd op 7 mei 2020 in de avond door Esprit ontvangen. Op 15 mei 2020 werd door Esprit vervolgens de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] opgezegd wegens een dringende reden. [gedaagde] heeft zich bij de opzegging neergelegd en vordert in de aanhangige verzoekschriftprocedure een aantal vergoedingen.

1.15.

[gedaagde] is tot op heden werkzaam bij het Regio College, inmiddels met een vaste aanstelling van nog altijd 0,46 fte. Daarnaast heeft hij nog steeds zijn werk bij het CITO voor 0,1 fte.

vordering en verweer

2. Esprit vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis – kort gezegd – afdracht van [gedaagde] van zijn volledige bruto neveninkomsten bij het Regio College van september 2018 tot en met mei 2020, althans subsidiair terugbetaling van het in die periode door Esprit doorbetaalde loon. Daarnaast dient [gedaagde] de door Esprit gemaakte re-integratiekosten te vergoeden, aldus Esprit. Tenslotte vordert Esprit wettelijke rente en veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

3. Aan de vorderingen legt Esprit ten grondslag dat [gedaagde] zijn nevenwerkzaamheden niet heeft gemeld. Dat had wel gemoeten, op grond van de toepasselijke CAO, de ZAVO en goed werknemerschap. Op grond van artikel 7:629 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 6:74 BW moet [gedaagde] dan ook het elders genoten loon volledig afdragen. Mocht dat niet worden gevolgd dan geldt in ieder geval dat door het handelen in strijd met zijn verplichtingen (waaronder artikel 25 ZAVO) schade is ontstaan, ter hoogte van het uitbetaalde loon tijdens ziekte. Die schade moet dus worden vergoed.

4. [gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen. Hij voert aan dat hij het dienstverband bij het Regio College buiten werktijd is aangegaan. Bovendien is de functie niet vergelijkbaar met het werk bij Esprit. De functie bij Regio college is namelijk solistisch en vereist geen overleg met collega’s. Hoe dan ook is [gedaagde] altijd open geweest over de functie bij Regio College: bij de bedrijfsarts heeft hij het gewoon gemeld. Hij ging er ook van uit dat zijn vorige gemachtigde het had gemeld bij Esprit, maar dat blijkt niet het geval. Op het verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

beoordeling

5. Niet ter discussie staat dat [gedaagde] van april 2018 tot en met mei 2020 door ziekte zijn eigen werk als docent aardrijkskunde op het [naam school] niet kon verrichten. Gedurende die periode betaalde Esprit zijn loon door, het eerste jaar voor 100 % en daarna voor 70 %. De vraag in deze procedure is of [gedaagde] het loon dat hij vanaf september 2018 tot en met mei 2020 als docent aardrijkskunde op een andere school heeft genoten, in mindering moet komen op het in dat tijdvak door Esprit doorbetaalde loon. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat wel het geval.

6. Artikel 7:629 lid 5 BW, tweede volzin, bepaalt dat het tijdens ziekte door te betalen loon wordt verminderd met – kort gezegd – inkomsten uit ander werk dat de werknemer heeft verricht in de tijd dat hij – als hij niet ziek was geweest – zijn eigen werk had kunnen verrichten. [gedaagde] heeft betoogd dat hij in “zijn eigen tijd” bij het Regio College werkte. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 7:629 lid 5 volgt echter dat deze bepaling niet is beperkt tot andere werkzaamheden die [gedaagde] verrichtte (letterlijk) tijdens werktijden bij Esprit (Kamerstukken II, 1995/96, 24439, nr. 3, p. 61):
In het algemeen zal het gaan om arbeid die wordt verricht in de werktijd die de werknemer anders voor zijn werkgever beschikbaar zou zijn geweest. Zo'n samenval van werktijden is echter niet altijd noodzakelijk. Het is denkbaar dat de werknemer bij ziekte werk aanvaardt, bijvoorbeeld 's avonds of op dagen dat hij vrijaf zou hebben gehad, dat hij zou hebben geweigerd als hij niet door ziekte zijn gewone werk had moeten neerleggen. Ook in die gevallen komt het loon dat hij met het andere werk verricht, op het door te betalen loon in mindering. Inkomsten uit nevenwerkzaamheden die de werknemer al voor hij ziek werk verrichte, blijven echter buiten beschouwing.

7. Van nevenwerkzaamheden die [gedaagde] al verrichtte is geen sprake, behalve de werkzaamheden bij het CITO. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij het werk bij Regio College ook zou zijn gaan doen als hij niet ziek was geworden bij Esprit. Dat heeft hij echter onvoldoende gemotiveerd. [gedaagde] heeft verwezen naar een eerdere sollicitatie bij het Regio College in 2014. Op dat moment werkte hij nog niet bij Esprit. Uit die sollicitatie kan bovendien niet worden afgeleid wat de beoogde arbeidsomvang was. Ter zitting heeft [gedaagde] bevestigd dat hij na zijn ontslag bij Esprit niet gezocht heeft naar een uitbreiding van zijn aantal uren. Al met al staat dus vast dat [gedaagde] – de ziekte weggedacht – de afgelopen vijf jaar nooit meer dan 0,56 fte in totaal heeft gewerkt. Evenmin is voldoende onderbouwd dat hij in die periode geprobeerd heeft dit uit te breiden. Bij die stand van zaken is de conclusie dat [gedaagde] zijn werk bij het Regio College niet zou hebben verricht als hij bij Esprit niet ziek was geworden.

8. [gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld tot terugbetaling. Naar het oordeel van de kantonrechter is echter niet het volledige inkomen dat [gedaagde] bij Regio College heeft genoten toewijsbaar. Dat zou immers betekenen dat Esprit meer vergoed krijgt dan de loonkosten die zij heeft gemaakt. Een dergelijke uitkomst is in strijd met de redelijkheid en billijkheid waardoor de arbeidsovereenkomst wordt beheerst. De terugbetalingsverplichting zal dan ook tot de door Esprit gemaakte loonkosten worden beperkt. Artikel 15 onder b. ZAVO staat hier niet aan in de weg, nu geen sprake is van het vervallen van loonaanspraken bij Esprit, maar van het in mindering brengen van elders genoten loon op grond van artikel 7:629 lid 5 BW.

9. Esprit vordert daarnaast re-integratiekosten die zij onnodig heeft gemaakt, doordat [gedaagde] in strijd met zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst geen melding heeft gemaakt van zijn nieuwe werk. Deze kosten zullen gedeeltelijk worden toegewezen. Dat laat zich als volgt toelichten.

10. Naar het oordeel van de kantonrechter is het werk dat [gedaagde] bij het Regio College heeft aanvaard aan te merken als passend werk als bedoeld in artikel 7:658a lid 4. De functie die [gedaagde] daar kreeg is docent aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs, net als zijn functie bij Esprit. Uit het arbeidsdeskundig rapport van het UWV volgt daarbij dat het loon bij Regio College hoger ligt dan in de oude functie. Dat [gedaagde] bij Regio College niet samen hoeft te werken in een vakgroep maakt niet dat niet van passende arbeid kan worden gesproken. Dit alles betekent dat [gedaagde] feitelijk al in september 2018 een grote stap heeft gezet in het re-integreren in het zogenaamde tweede spoor. Dat hij op dat moment nog geen vaste aanstelling kreeg doet daar niet aan af, die had immers het einddoel kunnen zijn van het re-integratietraject. Dat einddoel had [gedaagde] dan wel met Esprit moeten bespreken. Artikel 7:629 lid 12 BW biedt bovendien het vangnet dat [gedaagde] kennelijk wilde hebben voor het geval de tijdelijke aanstelling niet verlengd zou worden. In plaats van te bespreken dat hij al ander werk had en wat zijn bedoeling was, heeft [gedaagde] vanaf eind 2018 steeds aangedrongen op re-integratie in het tweede spoor. Dat is in strijd met wat van een goed werknemer verwacht mag worden. Daarmee heeft hij Esprit onnodig kosten laten maken in het kader van de re-integratie. [gedaagde] verwijt Esprit nog dat zij onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. Re-integratie is immers een gezamenlijke verplichting van werkgever en werknemer. Dat [gedaagde] al in september 2018 ander passend werk had gevonden is inderdaad niet de verdienste van Esprit. Dat betekent echter niet dat Esprit er niet van mag profiteren, zoals [gedaagde] lijkt te veronderstellen.

11. Het vorengaande betekent niet dat alle kosten onnodig gemaakt zijn, met het aanvaarden van het werk bij Regio College was de re-integratie immers nog niet voltooid. Op basis van de door Esprit verstrekte specificatie schat de kantonrechter dat een bedrag van
€ 5.000,00 aan re-integratiekosten niet zou zijn uitgegeven als [gedaagde] meteen openheid van zaken had gegeven. Dat bedrag zal dan ook worden toegewezen.

12. Buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar, nu gesteld noch gebleken is dat voldaan is aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW.

13. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, nu onvoldoende is toegelicht dat [gedaagde] op een eerdere datum in verzuim was.

14. Nu [gedaagde] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, zal hij in de proceskosten worden veroordeeld. Voor de zitting zal in deze zaak een half punt worden toegekend, evenals in de tegelijk behandelde verzoekschriftprocedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Esprit van € 30.339,68 bruto aan ten onrechte ontvangen loon, alsmede € 5.000,00 inclusief BTW aan onnodig gemaakte re-integratiekosten, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2020 tot de dag van betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Esprit begroot op:
exploot € 105,09
salaris € 720,00
griffierecht € 499,00
-----------------
totaal € 1324,09
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2020 in aanwezigheid van de griffier.