Civiel recht overig
Bestemming als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur…
Rechtbank Amsterdam, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7637 · Rechtbank Amsterdam · 21 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-7637
Zaakgegevens
Op 21 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- 12057059 \ CV EXPL 26-665
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7637
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bestemming als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur wordt door de kantonrechter aangemerkt als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12057059 \ CV EXPL 26-665
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 21 juli 2026
in de zaak van
LIEVEN DE STAD B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Lieven de Stad,
gemachtigde: B. van den Berg (Woonstichting Lieven de Key),
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [bedrijf 1] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. drs. M.A. Daldal.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en mr. V. Burmistrova als griffier.
Aanwezig zijn:
- de gemachtigde van Lieven de Stad,
- de gemachtigde van [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1 De beoordeling
Bij de beoordeling neemt de kantonrechter het volgende tot uitgangspunt. Lieven de Stad, als rechtsopvolger van Woonstichting De Key, is eigenaar van een bedrijfsruimte aan de [adres] (nader te noemen de bedrijfsruimte). Tussen partijen is op 11 oktober 2000 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot het gehuurde. In die huurovereenkomst staat dat het gehuurde dient te worden gebruikt overeenkomstig de bestemming en als bestemming staat uitgewerkt: showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur. Tijdens de zitting is namens [gedaagde] verklaard dat [bedrijf 2] weliswaar wordt genoemd in de huurovereenkomst maar niet (langer) huurder is. [gedaagde] (h.o.d.n. [bedrijf 1] ) is de enige huurder van de bedrijfsruimte en is ook de enige in deze procedure betrokken gedaagde.
De kantonrechter kwalificeert het gehuurde als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Daarbij is van belang dat het gehuurde blijkens de huurovereenkomst is bestemd als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur en die bestemming is volgens de kantonrechter aan te merken als levering van roerende zaken vanuit een voor publiek toegankelijk gebouw. Dit betekent dat de primaire vordering tot verklaring voor recht dat de huurovereenkomst door opzegging buitengerechtelijk is ontbonden niet kan worden toegewezen.
Niet betwist is dat [gedaagde] het gehuurde al een langere periode niet gebruikt overeenkomstig de overeengekomen bestemming, te weten als showroom en opslagruimte ten behoeve van de verkoop van tweedehands huisraad en apparatuur. Erkend wordt dat [gedaagde] het gehuurde heeft onderverhuurd aan een derde, die in het gehuurde een massagesalon exploiteert. Lieven de Stad betwist daar toestemming voor te hebben verleend en dat is ook niet vast komen te staan. Daarmee heeft [gedaagde] het onderhuurverbod uit artikel 7.11 van de huurovereenkomst geschonden. Het gebruik niet overeenkomstig de bestemming en het in strijd met het onderhuurverbod onderverhuren aan een derde zijn tekortkomingen van [gedaagde] als huurder in de nakoming van de huurovereenkomst.
Op grond van artikel 6:265 BW rechtvaardigt een tekortkoming ontbinding, tenzij deze gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis onvoldoende gewicht heeft. Daarvan is hier geen sprake. De kantonrechter acht daarbij van belang dat sprake is van structureel afwijkend gebruik en dat Lieven de Stad als verhuurder belang heeft bij handhaving van de overeengekomen bestemming en het onderhuurverbod. Het belang van [gedaagde] bij voortzetting van het gebruik weegt daar niet tegenop. De subsidiaire vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt daarom toegewezen.
Lieven de Stad heeft tijdens de zitting ingestemd met een ontruimingstermijn van acht maanden na heden onder de voorwaarde dat [gedaagde] gedurende deze periode een gebruiksvergoeding verschuldigd blijft gelijk aan de laatst geldende huurprijs van € 729,74. Deze gebruiksvergoeding heeft Lieven de Stad ter zitting ook subsidiair gevorderd en strekt tot compensatie voor het gebruik van de bedrijfsruimte na ontbinding tot de datum van ontruiming. Indien [gedaagde] de gebruiksvergoeding niet betaalt, dient hij het gehuurde te ontruimen binnen twee weken na aanzegging van die ontruiming namens Lieven de Stad.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lieven de Stad B.V. worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,67 |
|
|
- griffierecht |
€ |
139,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
408,00 |
(2 punten × € 204,00) |
|
- nakosten |
€ |
102,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
totaal |
€ |
804,67 |
2 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] ,
veroordeelt [gedaagde] om voornoemde bedrijfsruimte per 31 maart 2027 te ontruimen en ontruimd te houden, met medeneming van het zijne en al diegene die zich zijnentwege daar bevinden en het gehuurde leeg, schoon en in goede staat aan Lieven de Stad ter beschikking te stellen onder afgifte van alle sleutels,
veroordeelt [gedaagde] om aan Lieven de Stad een bedrag van € 729,74 per maand te betalen voor het gebruik van het gehuurde vanaf heden tot de datum van daadwerkelijke ontruiming,
veroordeelt [gedaagde] om, indien hij de huur- en/of gebruiksvergoeding niet tijdig betaalt, het gehuurde – anders dan hiervoor onder 2.2. is bepaald – te ontruimen binnen twee weken na aanzegging van die ontruiming namens Lieven de Stad,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 804,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.M. Patijn en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
|
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter en de griffier. |
||
De griffier, De kantonrechter,