Internationaal privaatrecht
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Forumkeuzebeding in algemene voorwaarden voldoet aan…
Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10084 · Rechtbank Amsterdam · 7 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-10084
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Datum publicatie
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/787143
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.S. van Dijk, mr. E.P.J. Verweij
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10084
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Forumkeuzebeding in algemene voorwaarden voldoet aan artikel 25 Brussel I-bis. Daarom is deze rechtbank bevoegd.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/787143 / HA ZA 26-409
Vonnis in incident van 7 oktober 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CAELY RENEWABLES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Caely,
advocaat: mr. W.S. van Dijk,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ECOVIREA S.L.,
gevestigd te Barcelona (Spanje),
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Ecovirea,
advocaat: mr. E.P.J. Verweij.
1 De zaak in het kort (voor zover van belang in het incident)
Caely en Ecovirea hebben in februari 2025 een koopovereenkomst gesloten waarbij Ecovirea een restproduct uit de olie-industrie van Caely heeft gekocht (hierna: de eerste koopovereenkomst). Ecovirea heeft de koopprijs van dit product niet volledig betaald, omdat volgens haar het geleverde product gebrekkig was nu dit niet aan de overeengekomen eisen voldeed.
Caely stelt dat ook een tweede koopovereenkomst voor een ander (soortgelijk) product tot stand is gekomen (hierna: de tweede koopovereenkomst) en dat Ecovirea dit product ten onrechte niet heeft afgenomen. Ecovirea betwist dit.
In de hoofdzaak vordert Caely een verklaring voor recht dat de tweede koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, betaling van het onbetaalde deel van de koopprijs van het eerste product en een schadevergoeding voor de door Caely gemaakte kosten en gederfde winst, vermeerderd met rente en kosten.
Ecovirea vordert (onder de voorwaarde dat de rechtbank rechtsmacht aanneemt) als tegenvordering ontbinding van de eerste koopovereenkomst, terugbetaling van de betaalde koopprijs en een schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten.
In dit incident vordert Ecovirea dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het geschil kennis te nemen omdat Caely de rechtsmacht baseert op een forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden, maar Ecovirea meent dat zij hieraan niet is gebonden.
De rechtbank volgt Ecovirea hierin niet en oordeelt dat zij wel bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 maart 2026, met producties,
- de conclusie van antwoord tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie, tevens incidentele vordering tot onbevoegdheid, met producties,
- de akte overlegging producties van Ecovirea, met producties,
- de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, met reactie op de incidentele vordering en producties.
3 De beoordeling in het incident
De toepasselijke bevoegdheidsregels
Dit is een internationale zaak, omdat Ecovirea haar woonplaats buiten Nederland heeft. De rechtbank moet daarom (ook ambtshalve) beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om van de vorderingen van Caely kennis te nemen. Die beoordeling vindt plaats aan de hand van de op het geschil toepasselijke bevoegdheidsregels. In dit geval moet de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft worden beantwoord aan de hand van de Brussel I-bis-Verordening (hierna: Brussel I-bis).
Tussen de rechtsmachtsregels van Brussel I-bis bestaat een onderlinge rangorde. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 Brussel I-bis moet Ecovirea in beginsel voor de Spaanse rechter worden opgeroepen, omdat zij woonplaats heeft in Spanje. Uit artikel 5 Brussel I-bis volgt dat afwijking van deze hoofdregel slechts mogelijk is op grond van de regels die zijn neergelegd in de afdelingen 2 tot en met 7 (de artikelen 7 tot en met 26 van hoofdstuk II van Brussel I-bis). De vraag die in deze zaak centraal staat is of deze rechtbank bevoegd is op grond van een forumkeuze in de algemene voorwaarden. Artikel 25 Brussel I-bis regelt de rechtsgeldigheid van een forumkeuzebeding en is ook van toepassing op een forumkeuze die is opgenomen in algemene voorwaarden.
Het toetsingskader
Artikel 25 lid 1 Brussel I-bis bepaalt dat partijen een gerecht of gerechten van een lidstaat kunnen aanwijzen voor het kennis nemen van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht (oftewel de forumkeuze) wordt, voor zover hier van belang, gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (sub a). Het forumkeuzebeding kan onderdeel zijn van algemene voorwaarden die van toepassing zijn verklaard. Uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat een forumkeuzebeding autonoom moet worden uitgelegd en dat de aangezochte rechter verplicht is te onderzoeken of het beding dat hem bevoegd verklaart, daadwerkelijk het voorwerp is geweest van een wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 sub a tot en met c Brussel I-bis ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat. Als een forumkeuzebeding is vastgelegd in algemene voorwaarden is dit beding geldig als in de tekst van de door beide partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die dit beding bevatten en als vaststaat dat de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding, daadwerkelijk aan de andere partij zijn medegedeeld.
Het forumkeuzebeding
In dit geval beroept Caely zich voor de bevoegdheid van deze rechtbank op het forumkeuzebeding zoals opgenomen in artikel 18 van haar algemene voorwaarden. Daarin staat:
“(…) All disputes arising out of or in connection with the Agreement shall be finally settled by the Dutch courts in Amsterdam, The Netherlands.”
Niet in geschil is dat de algemene voorwaarden van Caely van toepassing zijn verklaard op de koopovereenkomsten. In de tekst van beide koopovereenkomsten staat immers: “Terms and Conditions: Conditions of Sale of Seller (please see below)”. Beide koopovereenkomsten zijn zowel door Caely als Ecovirea ondertekend. Ook zijn (anders dan Ecovirea stelt) de algemene voorwaarden van Caely voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomsten met Ecovirea gedeeld. Caely heeft namelijk zowel de tekst van de eerste koopovereenkomst als de algemene voorwaarden als bijlage(n) bij haar e-mail van 17 februari 2025 aan Ecovirea toegezonden. Ecovirea heeft vervolgens op 19 februari 2025 de door haar getekende eerste koopovereenkomst retour gezonden (zonder de algemene voorwaarden). Caely heeft in reactie daarop op 19 februari 2025 aan Ecovirea geschreven dat de algemene voorwaarden in het attachment waren verwijderd en heeft Ecovirea verzocht om de algemene voorwaarden alsnog bij de getekende versie toe te voegen.
Tussen partijen staat vast dat de algemene voorwaarden ook als bijlage waren gevoegd bij de tweede koopovereenkomst. Ecovirea heeft deze tweede koopovereenkomst op 24 februari 2025 ondertekend waarbij ook op de laatste pagina van de algemene voorwaarden (waarin het forumkeuzebeding is opgenomen) haar paraaf is gezet. Caely heeft de tweede koopovereenkomst vervolgens ook ondertekend. Uit al deze omstandigheden kan niet alleen worden afgeleid dat Ecovirea ermee heeft ingestemd dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, maar ook dat zij daadwerkelijk kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden. De conclusie is dan ook dat er wilsovereenstemming is geweest tussen Caely en Ecovirea over het forumkeuzebeding. Dat Ecovirea bij e-mail van 5 maart 2025, na het ondertekenen van de tweede koopovereenkomst, heeft aangegeven: “For the moment contract in STANDBY. We are not able to sign it”, maakt dit oordeel niet anders. De rechtbank volgt Ecovirea niet in haar stelling dat zij hiermee de aanvaarding van het aanbod van Caely heeft herroepen. Vast staat immers dat Ecovirea de tweede koopovereenkomst op dat moment reeds had ondertekend. Caely heeft in reactie op deze e-mail ook aan Ecovirea bericht: “kindly note that the contract was already signed”. Bovenvermelde e-mail van 5 maart 2025 neemt ook niet weg dat Ecovirea reeds eerder heeft ingestemd met de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding. Ecovirea heeft verder ook niet toegelicht waarom het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding niet door haar zou zijn aanvaard.
Uit het voorgaande volgt dat het forumkeuzebeding voldoet aan de in artikel 25 Brussel I-bis neergelegde vereisten.
Conclusie
De slotsom is dat deze rechtbank op grond van het rechtsgeldige forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van Caely bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Caely. De incidentele vordering van Ecovirea wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
Ecovirea is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Caely worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt x € 653,00) en € 189,00 aan nakosten), plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst de incidentele vordering van Ecovirea af,
veroordeelt Ecovirea in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ecovirea niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 14 oktober 2026 voor beraad mondelinge behandeling,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M. James-Pater, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.