Europees strafrecht

Overlevering. Artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, OLW: vordering verlenging gevangenhouding afgewezen…

Zaakgegevens

Op 20 juli 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 juli 2022
Datum publicatie
8 augustus 2022
Zaaknummer
13.752327-21
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:4632
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overlevering. Artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, OLW: vordering verlenging gevangenhouding afgewezen, omdat de vordering niet tijdig is ingediend

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

AFWIJZING VORDERING VERLENGING GEVANGENHOUDING

en BEVEL ONMIDDELLIJKE INVRIJHEIDSSTELLING

Parketnummer: 13.752327-21

Op 20 juli 2022 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

thans verblijvende in PI [plaats detentie] .

De justitiële autoriteiten van Polen hebben een EAB met betrekking tot bovengenoemde persoon toegezonden.

Bij uitspraak van 10 mei 2022 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.

In raadkamer van deze rechtbank van 20 juli 2022 zijn gehoord:

de officier van justitie, de opgeëiste persoon en diens raadsman

De rechtbank overweegt dat de vordering tot verlenging van de gevangenhouding te laat is ingediend, zodat de gevangenhouding niet meer kan worden verlengd. De vordering tot verlenging van de gevangenhouding zal daarom worden afgewezen. Dit betekent dat de opgeëiste persoon onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld.

BESLISSING:

Wijst af de vordering tot verlenging van de gevangenhouding van [opgeëiste persoon];

Beveelt dat [opgeëiste persoon] onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld.

Aldus gedaan op 20 juli 2022 door

mr. M.E.M. James-Pater, rechter,

in tegenwoordigheid van I.M.A. de Vries, griffier.