Materieel strafrecht
Beslissing tot toevoeging raadsman op grond van artikel 509a jo. 509c Sv.
Rechtbank Amsterdam, 26 april 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:2637 · Rechtbank Amsterdam · 26 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/materieel-strafrecht/beschikking/ecli-nl-rbams-2024-2637
Zaakgegevens
Op 26 april 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 april 2024
- Datum publicatie
- 8 mei 2024
- Zaaknummer
- 13/192252-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:2637
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beslissing tot toevoeging raadsman op grond van artikel 509a jo. 509c Sv.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/192252-23
Beslissing van 26 april 2023 op grond van artikel 509a en 509c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) betreffende verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
thans gedetineerd te [detentieplaats] ,
hierna: verdachte.
1 Procesverloop
Verdachte heeft ter zitting voor aanvang van het pleidooi aan zijn raadsman, mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, te kennen gegeven dat hij niet wil dat zijn raadsman verweer voert ten behoeve van zijn verdediging. De raadsman heeft hierop te kennen gegeven dat hij zich genoodzaakt voelt zich te onttrekken als advocaat, omdat de belangen van verdachte nu niet voldoende door hem gediend kunnen worden.
2 Het oordeel van de rechtbank
Op grond van artikel 509a Sv zal de rechtbank, indien vermoed wordt dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord is en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks verklaren en treden vervolgens de voor die situatie geschreven bijzondere regels voor berechting in werking ter waarborging van een behoorlijke belangenbehartiging.
De rechtbank is van oordeel dat het vermoeden bestaat dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord is, waardoor hij niet in staat is zelf zijn eigen belangen in het strafproces behoorlijk te behartigen. De rechtbank baseert dit vermoeden op de stukken in het dossier, waaronder de recent over verdachte opgemaakte psychiatrische en psychologische rapportages, de verklaring van de psycholoog ter zitting, als ook het gedrag van verdachte ter zitting van heden: zo heeft verdachte ter zitting meermaals verklaard dat het proces bij de rechtbank een schijnproces is en hij in een complot is beland. De rechtbank zal daarom een raadsman aan de verdachte toewijzen.
3 Beslissing
De rechtbank verklaart dat vermoed wordt dat de geestvermogens van verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord is dat hij daardoor niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Met inachtneming van artikel 509c Sv bepaalt de voorzitter dat het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, als raadsman van verdachte zal toevoegen. Verdachte kan niet afstand doen van zijn recht op rechtsbijstand. De raadsman is bevoegd en gehouden op te treden, ook al geeft verdachte te kennen dat hij geen rechtsbijstand wenst of zich niet kan verenigen met de wijze waarop de raadsman aan die bijstand invulling geeft. Deze beslissing is ter terechtzitting in tegenwoordigheid van verdachte gegeven.
Deze beslissing is gewezen door:
mr. H.B.W. Beekman, voorzitter,
mr. M. Vaandrager en mr. M. Wiewel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Zoetelief, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 april 2024.
Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter en de griffier.