Strafrecht overig
Overleveringswet, Europees Aanhoudingsbevel (EAB), Portugal, officier niet ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam, 6 augustus 2004
ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6654 · Rechtbank Amsterdam · 6 augustus 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2004-aq6654
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2004 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 13/097085-04
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6654
Samenvatting
Overleveringswet, Europees Aanhoudingsbevel (EAB), Portugal, officier niet ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
NEGENDE MEERVOUDIGE KAMER D
Parketnummer: 13/097085-04
RK nummer: 04/2336
Datum uitspraak: 6 augustus 2004
UITSPRAAK
Inzake overlevering in het kader van een Europees aanhoudingsbevel.
GEZIEN de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet, ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 22 juni 2004 en strekt onder meer tot
het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd door
J. Bátolo, rechter in The 8th Criminal Court, 1st Chamber of Lisbon Criminal Court te Portugal.
Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het [adres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
ONTVANKELIJKHEID VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie heeft ter zitting de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie gevorderd omdat uit onderzoek van de regiopolitie Rotterdam Rijnmond is gebleken dat de oproep om ter zitting te verschijnen niet aan de opgeëiste persoon betekend is kunnen worden omdat de opgeëiste persoon niet meer aanwezig was op voornoemd adres, dit pand onbewoond bleek te zijn, de opgeëiste persoon niet reageerde op voicemail berichten die bij familieleden werden achtergelaten en ook de raadsman geen contact meer met de opgeëiste persoon bleek te hebben. Tevens is niet duidelijk geworden of en waar de opgeëiste persoon zich in Nederland zou bevinden.
OVERWEGENDE
Gelet op het feit dat niet kan worden vastgesteld of de opgeëiste persoon zich nog in Nederland bevindt komt de rechtbank op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
RECHTDOENDE
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet.
Deze uitspraak is gewezen door:
mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzitter,
mrs. L.E. Kalff en S.K. de Groot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. Mulder, griffier.
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2004.