Strafrecht overig
Vrijspraak voor straatroof van twee maaltijdbezorgers onder bedreiging van vuurwapen. Er zijn aanwijzingen…
Rechtbank Rotterdam, 26 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14551 · Rechtbank Rotterdam · 26 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14551
Zaakgegevens
Op 26 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2026
- Datum publicatie
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- 10.088358.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14551
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak voor straatroof van twee maaltijdbezorgers onder bedreiging van vuurwapen.
Er zijn aanwijzingen die in de richting van de verdachte wijzen, maar de schakel naar rechtstreeks bewijs voor (mede)daderschap van de verdachte voor de straatroof ontbreekt.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.088358.26
Datum uitspraak: 26 oktober 2026
Datum zitting: 12 oktober 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I] .
Advocaat van de verdachte: mr. C. Ihataren
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – betrokken is geweest bij een straatroof waarbij twee maaltijdbezorgers onder bedreiging van een vuurwapen geld en goederen afhandig is gemaakt. Dat is ten laste gelegd als afpersing in vereniging en als dat niet bewezen kan worden (subsidiair) als het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 10 november 2025 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van
- een geldbedrag en/of
- een pinpas en/of
- een rijbewijs en/of
- een of meerdere (bezorg)tassen met inhoud en/of
- een geldbedrag van 55 euro,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n) door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen te tonen en/of voor te houden en/of
- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ik wil geld" en/of "Ik maak geen grapje" en/of "Geef je portemonnee", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 november 2025 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een geldbedrag en/of
- een pinpas en/of
- een rijbewijs en/of
- een of meerdere (bezorg)tassen met inhoud en/of
- een geldbedrag van 55 euro,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen te tonen en/of voor te houden en/of
- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te richten en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Ik wil geld" en/of "Ik maak geen grapje" en/of "Geef je portemonnee", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking.
2 Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde medeplegen van afpersing.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
In de nacht van 9 op 10 november 2025 worden twee maaltijdbezorgers van [naam horecagelgenheid] beroofd als ze een bestelling komen bezorgen aan de [straatnaam] in Dordrecht.
De officier van justitie baseert haar standpunt dat de verdachte als medepleger van de afpersing kan worden aangemerkt op de omstandigheid dat het telefoonnummer van de verdachte, is gebruikt om de bestelling bij Thuisbezorgd te verifiëren en dat dit nummer ten tijde van de straatroof gekoppeld was aan het IMEI-nummer dat hoort bij de Apple iPhone 7 van de verdachte. Daarnaast valt de locatie van de straatroof in het dekkingsgebied van de telefoonmast die de telefoon van de verdachte aanstraalde tijdens de straatroof, past de verdachte in het signalement van een van de daders en blijkt uit een chatgesprek dat de verdachte die avond met de heer [medeverdachte] op pad wilde gaan om “te verdienen”. De verdachte heeft bovendien zelf geen andere verklaring willen geven.
De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat er wel aanwijzingen zijn die richting de verdachte wijzen en die passen bij het door de officier van justitie geschetste scenario. Met name het gebruik van zijn telefoon roept vragen op, die de verdachte ook op de zitting onbeantwoord heeft gelaten. De rechtbank is echter van oordeel dat buiten de aangifte en het telefoonnummer van de verdachte, de schakel naar rechtstreeks bewijs voor (mede)daderschap van de verdachte voor de straatroof ontbreekt. Ook het chatgesprek waar de officier van justitie naar verwijst is daarvoor onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet dat tussen de verdachte en de heer [medeverdachte] gesproken is over het plegen van een beroving.
Bij deze stand van zaken zijn er geen bewijzen waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij deze straatroof blijkt. Dat betekent dat zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kan worden.
De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
3 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
4 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. H.J. de Kraker en M.A. Oosterhoff, rechters,
in tegenwoordigheid van J. Spanner, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 oktober 2026.
Mr. Feraaune is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.