Strafrecht overig

Verdachte in zaak kogelbrief Marcanti-college. Het tenlastegelegde is volgens de rechtbank niet wettig en…

Rechtbank Amsterdam, 14 maart 2005

Zaakgegevens

Op 14 maart 2005 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 maart 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
13/047058-04
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2005:AT0234
E-mail

Samenvatting

Verdachte in zaak kogelbrief Marcanti-college. Het tenlastegelegde is volgens de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/047058-04

Datum uitspraak: 14 maart 2005

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, vierde meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het [adres]

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2005.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich ervan bewust moest zijn dat het plan een dreigbrief met kogel te versturen daadwerkelijk ten uitvoer zou worden gebracht, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.H. de Vries, voorzitter,

mrs. A.M.I. van der Does en W.A.C. Crijns-van der Graaf, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 maart 2005.