Strafrecht overig
Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Amsterdam, 20 mei 2009
ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4865 · Rechtbank Amsterdam · 20 mei 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2009-bj4865
Zaakgegevens
Op 20 mei 2009 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 mei 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 13/420009-08 (zaak A) en 13/440723-07 (zaak B)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ4865
Samenvatting
Interlocutoir vonnis
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummers 13/420009-08 (zaak A) en 13/440723-07 (zaak B)
Datum uitspraak: 20 mei 2009
op tegenspraak
INTERLOCUTOIR VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
7 mei 2009.
1. Telastelegging
In zaak A is aan verdachte telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, zoals ter terechtzitting gewijzigd. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
Van de dagvaardingen in zaak A en B en van de vordering wijziging telastelegging in zaak A zijn kopieën als bijlagen 1, 2 en 3 aan dit vonnis gehecht.
2. Heropening van het onderzoek
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het onderzoek ter terechtzitting zal in verband daarmee dienen te worden hervat.
De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder de deskundigenrapportages van J.M. Oudejans, psycholoog, en J. Neeleman, psychiater. Beide deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte ten tijde van de haar telastegelegde feiten leed aan een ziekelijke stoornis van haar geestvermogens en dat zij dientengevolge volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Volgens de deskundigen kunnen de feiten verdachte niet worden toegerekend en is de recidivekans zeer groot.
Nadere vragen aan de deskundigen
Gezien het belang van de in de rapportages weergegeven conclusies acht de rechtbank het wenselijk dat de beide deskundigen de rapportages op een volgende terechtzitting toelichten. Voorts wenst de rechtbank de deskundigen enkele nadere vragen ter beantwoording voor te leggen. De vragen van de rechtbank hebben onder meer betrekking op het navolgende.
Enkele van de aan verdachte telastegelegde feiten strekken zich uit over een aanzienlijke periode, beginnend op 12 juli 2000 en eindigend op 25 oktober 2007. De rechtbank wenst de deskundigen de vraag voor te leggen of de ziekelijke stoornis van de geestvermogens van verdachte haar gedragingen gedurende deze gehele periode volledig en rechtstreeks heeft beïnvloed. Met andere woorden: strekt de geconstateerde ontoerekeningsvatbaarheid zich uit over de volledige telastegelegde periode?
Voorts hebben de deskundigen onder meer geadviseerd om de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op te leggen. In verband daarmee wenst de rechtbank nader te worden ingelicht omtrent de vraag of, en zo ja op welke wijze, de verdachte een gevaar vormt of kan vormen voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Deskundige J.M. Oudejans heeft hierover in diens rapportage gesteld dat er geen aanwijzingen zijn die aannemelijk maken dat er een verhoogde kans bestaat op escalatie in gewelddadige zin. Deskundige J. Neeleman stelt hieromtrent dat er onvoldoende aanknopingspunten in de literatuur zijn om een taxatie te doen van een risico op geweld, maar dat de aanwezigheid van achtervolgingswanen naast erotomanie een relatieve voorspeller is van geweld.
De rechtbank wenst de deskundigen voorts te bevragen over de zin en de te verwachten risico’s en effecten van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor verdachte.
Contra-expertise
De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht een contra-expertise te laten verrichten in de vorm van een nieuwe onafhankelijke rapportage omtrent de geestvermogens van zijn cliënte. De verdachte acht de rapportages niet neutraal en zij onderschrijft de conclusies niet.
De rechtbank ziet in dit stadium, mede gezien de thans voorliggende, uitgebreide rapportages, af van een contra-expertise. De verdediging is hierdoor niet in het verdedigingsbelang geschaad.
De raadsman kan het verzoek om een contra-expertise herhalen indien en zodra de nadere toelichting van de deskundigen Oudejans en Neeleman hem daartoe aanleiding geven.
Schorsingsvoorwaarden
De rechtbank wijst verdachte op het bevel schorsing voorlopige hechtenis van de rechter-commissaris d.d. 4 januari 2008, welke schorsingsvoorwaarden thans nog onverkort gelden.
Dit houdt onder meer in dat verdachte op geen enkele wijze contact zal zoeken of onderhouden met [persoon 1], [persoon 2] en [persoon 3], en dat bij overtreding van deze en/of (een) andere voorwaarde(n) de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte kan worden opgeheven.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
3. Beslissing
Heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de getuige-deskundigen J.M. Oudejans, psycholoog en
J. Neeleman, psychiater, tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
Beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan haar raadsman.
Bepaalt dat de zaak opnieuw wordt aangebracht bij de meervoudige kamer in ongewijzigde samenstelling en dat voor de behandeling tenminste een halve zittingsdag dient te worden gereserveerd.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.J. Bunjes, voorzitter,
mrs. F.J. van de Poel en H.M.L. Frons, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.M.E. Leyten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 mei 2009.