Strafrecht overig
Weigering overlevering Polen: de overlevering van de opgeëiste persoon moet geweigerd worden nu de…
Rechtbank Amsterdam, 12 oktober 2010
ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7881 · Rechtbank Amsterdam · 12 oktober 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2010-bo7881
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2010 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 13.706706-10 RK nummer: 10/5430
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7881
Samenvatting
Weigering overlevering Polen: de overlevering van de opgeëiste persoon moet geweigerd worden nu de uitvaardigende justitiële autoriteit ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat de opgeëiste persoon geen mogelijkheden heeft om een nieuwe behandeling te verzoeken, zodat een garantie als bedoeld in artikel 12 OLW ontbreekt.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.706706-10 RK nummer: 10/5430
Datum uitspraak: 12 oktober 2010
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 september 2010 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 29 oktober 2009 door de Judge of the District Court te Legnica, Polen.
Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1980,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Koepel” te Haarlem,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 oktober 2010. Daarbij zijn de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem, gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Poolse taal.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB ligt een vonnis van de Regional Court in Lubin van 2 april 2007 ten grondslag (VI K 1610/06) ten grondslag. Onherroepelijk geworden op 4 mei 2007. Tevens ligt een beslissing van de Regional Court in Lubin van 20 augustus 2009 aan het EAB ten grondslag, waarbij de arrestatie van de opgeëiste persoon is bevolen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat van een vrijheidsstraf voor de duur van 9 maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Deze straf is in eerste instantie voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van 3 februari 2009 heeft de Regional Court in Lubin de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf bevolen.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in een door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van onderdeel e) van het EAB.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Poolse nationaliteit heeft.
4. Verstekvonnis en garantie ex artikel 12 OLW
Uit het EAB en de aanvullende informatie is de rechtbank het volgende gebleken:
Bij vonnis van de Regional Court in Lubin van 2 april 2007 is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het vonnis is bij verstek gewezen en op 4 mei 2007 onherroepelijk geworden. Deze voorwaardelijke straf is bij beslissing van 3 februari 2009 van de Regional Court in Lubin omgezet in een onvoorwaardelijke straf.
Gebleken is dat de opgeëiste persoon niet persoonlijk is gedagvaard of op andere wijze in persoon is ingelicht omtrent de datum en plaats van de zitting van 2 april 2007. Het gevolg hiervan is dat de overlevering – gelet op het bepaalde in artikel 12 OLW – in beginsel dient te worden geweigerd, tenzij de uitvaardigende justitiële autoriteit de garantie als bedoeld in dit artikel verstrekt.
Bij brief van 17 september 2010 heeft de Judge of the Regional Court in Legnica de volgende informatie verstrekt.
The default judgement is final and under Polish law the convict is not entitled to apply for judicial review.
Voorts is door de Senior Court Clerk van de District Court in Legnica op 6 en 8 oktober 2010 nogmaals bevestigd dat de veroordeelde niet op de zitting aanwezig was en niet is vertegenwoordigd door een advocaat.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de overlevering van de opgeëiste persoon geweigerd moet worden nu de uitvaardigende justitiële autoriteit ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat de opgeëiste persoon geen mogelijkheden heeft om een nieuwe behandeling te verzoeken, zodat een garantie als bedoeld in artikel 12 OLW ontbreekt.
5. Slotsom
Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat niet aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden geweigerd.
6. Toepasselijke wetsbepalingen
Artikelen 2, 5, 7 en 12 van de Overleveringswet.
7. Beslissing
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Judge of the District Court te Legnica, Polen.
Aldus gedaan door
mr. C.W. Bianchi, voorzitter,
mrs. L. Biller en J.L. De Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 oktober 2010.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.