Strafrecht overig
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte i.v.m…
Rechtbank Amsterdam, 26 september 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:6166 · Rechtbank Amsterdam · 26 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2016-6166
Zaakgegevens
Op 26 september 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 september 2016
- Datum publicatie
- 29 september 2016
- Zaaknummer
- 13/659143-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2016:6166
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte i.v.m. overlijden verdachte
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/659143-15
Datum uitspraak: 26 september 2016
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
laatstelijk ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
12 september 2016.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A.M.H.G. Peters die ertoe strekt dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging, in verband met het overlijden van verdachte.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
ten aanzien van feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 27 september 2014 tot en met 1 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [persoon 1] opzettelijk en/of met voorbedachten rade
op (thans nog) onbekende wijze van het leven heeft beroofd;
ten aanzien van feit 2:
hij op of omstreeks 3 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [naam] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 4778 pillen XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet.
3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt dat verdachte op 14 februari 2016 is overleden. Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvervolging door de dood van de verdachte. Het Openbaar Ministerie dient dan ook – overeenkomstig de vordering van de officier van justitie – niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4 Beslissing
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F. Wieland, voorzitter,
mrs. D.J. Cohen Tervaert en T.T. Hylkema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. Sodderland, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2016.