Strafrecht overig

Vrijspraak bezit kinderporno. Geen bewijs dat verdachte het in beslag genomen kinderpornografisch materiaal…

Rechtbank Amsterdam, 11 januari 2018

Zaakgegevens

Op 11 januari 2018 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 januari 2018
Datum publicatie
11 januari 2018
Zaaknummer
13/650760-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:107
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak bezit kinderporno. Geen bewijs dat verdachte het in beslag genomen kinderpornografisch materiaal opzettelijk in bezit heeft gehad.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/650760-15

Datum uitspraak: 11 januari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[GBA] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. R. Bosman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.J.V.H. Stoffels, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 12 oktober 2014 44 kinderpornografische afbeeldingen heeft aangeboden en in bezit heeft gehad, door deze naar een cloud-service te uploaden.

Tevens is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op 24 november 2015 kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

De tekst van de integrale tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

In het onder 1 ten laste gelegde feit zijn twee groepen afbeeldingen opgenomen van respectievelijk 8 en 36 bestanden. Blijkens het dossier zouden deze bestanden op 12 oktober 2014 tussen 10:09 en 10:37 uur naar Skydrive zijn geüpload. In het dossier bevindt zich een melding van 21 oktober 2014 van het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children aan het Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme die betrekking heeft op de upload van de groep van 8 bestanden. Een tweede melding van dezelfde organisatie van 13 november 2014 heeft betrekking op de groep van 36 bestanden. In het proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2016 van verbalisant [verbalisant] (blz. 89 e.v.) is uitdrukkelijk vermeld dat de 8 afbeeldingen genoemd in het eerste meldingsrapport tevens voorkomen in de 36 afbeeldingen van de tweede melding.

De rechtbank constateert dat de afbeeldingen uit de groep van 8 bestanden, met de bestandsnamen 13.jpg, 18.jpg, 19.jpg, 2.jpg, 23.jpg, 35.jpg, 6.jpg en _gzsvshb4.jpg, dezelfde afbeeldingen zijn die onder gelijke naam voorkomen onder de groep van 36 bestanden. Aldus zijn deze bestanden dubbel ten laste gelegd.

De rechtbank verklaart daarom de dagvaarding partieel nietig, waar het betreft feit 1, de eerste 8 afbeeldingen, met genoemde bestandsnamen.

De rechtbank overweegt voorts dat uit de eisen die artikel 261 Wetboek van Strafvordering stelt aan de dagvaarding voortvloeit dat de tenlastelegging ten aanzien van de daarin genoemde afbeeldingen hetzij een concrete beschrijving, hetzij een vindplaats van die beschrijving in het dossier, dient te bevatten. Zij constateert dat de in feit 1 genoemde afbeeldingen enkel zijn aangeduid met de categorie waarin ze destijds door de betreffende zedenrechercheur zijn geplaatst. Deze categorisering geeft een indicatie van wat er op de afbeeldingen is te zien maar het is de vraag of deze wijze van omschrijven voldoende feitelijk is. Nu door de verdediging geen uitdrukkelijk beroep op de nietigheid van de dagvaarding is gedaan met betrekking tot deze afbeeldingen, zal de rechtbank hier verder geen consequenties aan verbinden.

De dagvaarding is voor het overige geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

4.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Bij de doorzoeking op 24 november 2015 zijn op twee notebooks van verdachte kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Een deel van deze afbeeldingen was eerder, op 12 oktober 2014, door verdachte geüpload naar Skydrive.

Een groot deel van deze bestanden was ‘accessible’ of bevond zich in de prullenbak, waar zij eveneens zonder speciale software te benaderen waren.

Een aantal kinderpornografische afbeeldingen stond in de map ‘downloads’. In de map ‘music’ was een submap aangemaakt met de naam ‘P’. In deze submap zaten twee kinderpornografische afbeeldingen. De afbeeldingen in de map ‘downloads’ en de map ‘music’ moeten daar zijn gekomen door een actieve handeling van de gebruiker.

Primair is de officier van justitie van mening dat verdachte bewust, en derhalve opzettelijk, de bestanden op zijn notebook aanwezig heeft gehad.

Subsidiair is zij van mening dat verdachte bij het binnenhalen van grote hoeveelheden legaal pornografisch materiaal het risico heeft genomen dat daartussen ook kinderpornografische afbeeldingen zaten. Door deze kinderpornografische afbeeldingen niet onmiddellijk te verwijderen had hij voorwaardelijk opzet op het in bezit hebben van deze afbeeldingen. De officier van justitie heeft in dit verband verwezen naar ECLI:NL:RBUTR:2006:AV7354.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben en het aanbieden op Skydrive van 36 kinderpornografische bestanden op 12 oktober 2014 (feit 1) en het in bezit hebben van kinderpornografische bestanden op twee notebooks op 24 november (feit 2) 2015.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 week en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. De inbeslaggenomen computers dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij nooit op zoek is gegaan naar kinderporno, dat hij dit soort materiaal nimmer bewust heeft gedownload en dat hij nooit kinderporno op zijn notebooks heeft gezien.

Hij heeft vanaf internet muziek, films en legale porno gedownload en opgeslagen. Ook heeft hij foto’s van seksfeestjes met alleen volwassenen, die door hem of andere aanwezigen waren gemaakt, op zijn laptop gezet.

Voor het downloaden van muziek, en soms een film, maakte hij gebruik van torrent websites en torrent programma’s, waaronder Vuze. Het gedownloade materiaal kwam automatisch in de map ‘downloads’ terecht. Daarbij werden soms automatisch submappen gegeneerd, waarin zich bijvoorbeeld foto’s van de cd-hoes bevonden. Vervolgens selecteerde verdachte de map of een deel van de inhoud daarvan en verplaatste deze naar een map met de naam van de artiest. De rest van de map en andere (sub)mappen gooide hij weg.

De twee laptops waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen zijn alleen door hemzelf gebruikt.

Hij had een Skydrive account aangemaakt om zijn grote verzameling muziek en fotomateriaal op te slaan. Na het uploaden van dit materiaal werd zijn account geblokkeerd met de mededeling dat er seksueel materiaal op stond. Hij dacht toen dat het om de foto’s van de seksfeestjes ging.

De raadsman heeft opgemerkt dat verdachte een grote hoeveelheid legale pornografische foto- en filmbestanden op zijn notebooks had staan. Het aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen is dan ook relatief zeer beperkt. Dit past in het verhaal van verdachte dat hij zich nooit met kinderporno heeft beziggehouden.

De kinderpornografische afbeeldingen zijn mogelijk via het downloaden via torrent websites op zijn notebook terechtgekomen. Er is geen bewijs dat verdachte deze afbeeldingen ook heeft gezien of daarvan wetenschap had. Verdachte moet daarom van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

In artikel 240b Wetboek van Strafrecht wordt onderscheid gemaakt tussen een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding. De rechtbank constateert dat in de tenlastelegging bij beide feiten alleen gesproken wordt over ‘afbeeldingen’, terwijl de verdenking juist lijkt te zien op de tweede categorie. Het gaat immers om afbeeldingen die verdachte op zijn notebooks heeft staan.

De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van de gevolgen van deze (ogenschijnlijke) omissie omdat zij, zoals hierna uiteen zal worden gezet, om andere redenen niet tot een bewezenverklaring komt.

4.3.2.

Op grond van het dossier kan als vaststaand worden aangenomen dat op twee notebooks van verdachte op 24 november 2015, 66 unieke foto’s waren opgeslagen die als kinderpornografisch zijn beoordeeld. Eveneens kan worden vastgesteld dat op 12 oktober 2014 vanaf het IP-adres van verdachte 36 van deze foto’s waren geüpload naar een Skydrive account op naam van verdachte.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alleen hijzelf van de beide notebooks gebruik maakte. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij ‘en masse’ foto’s en films op Skydrive heeft gezet om plaats te maken op zijn computer, waarna zijn Skydrive account werd geblokkeerd.

Hoewel de betreffende meldingen van het National Center for Missing and Exploited Children en de overige stukken van het dossier hierover geen informatie bevatten, is aannemelijk dat de 36 kinderpornografische afbeeldingen onderdeel uitmaakten van een veel grotere upload naar de Skydrive account van verdachte.

4.3.3.

De vraag waarvoor de rechtbank zich in de onderhavige zaak ziet gesteld, is in hoeverre verdachte bij het in bezit hebben en uploaden van de kinderpornografische afbeeldingen opzettelijk heeft gehandeld.

Uit een onderzoek naar het internetgedrag van verdachte blijkt dat verdachte een groot aantal (gay)websites heeft geraadpleegd en dat hij gebruik heeft gemaakt van clouds en peer-to-peer applicaties. Er komen geen aanwijzingen naar voren dat verdachte bewust op zoek is geweest naar kinderporno. Zo blijkt uit dit onderzoek en ook elders in het dossier niet van zoekopdrachten of contact met internetgroepen of forums gericht op de uitwisseling van kinderpornografisch materiaal.

Ook uit de wijze waarop de bestanden waren opgeslagen kan geen doelbewust handelen van verdachte worden afgeleid. De aangetroffen pornografische afbeeldingen waren immers niet gecategoriseerd, in speciale mappen opgeslagen of van specifieke namen voorzien.

Op de inbeslaggenomen notebooks van verdachte stond een zeer groot aantal (legale) pornografische foto- en filmbestanden, waaronder foto’s van seksfeestjes met volwassenen waaraan verdachte heeft deelgenomen. Bij de politie en ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij geen enkele belangstelling heeft voor kinderporno en dat zijn seksuele oriëntatie geheel anders is gericht. De rechtbank ziet geen reden om aan de verklaring van verdachte te twijfelen en acht deze geloofwaardig. De op de notebooks aangetroffen kinderpornografische bestanden maken dit niet anders, nu de hoeveelheid daarvan, in verhouding tot de overige op de gegevensdragers aanwezige afbeeldingen, relatief zeer klein is. Deze geringe hoeveelheid wijst eerder in de richting van ‘bijvangst’, in die zin dat de kinderpornografische bestanden ongewild met de downloads zijn meegekomen.

De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte doelbewust kinderpornografische afbeeldingen op zijn notebooks heeft gezet en heeft geüpload naar Skydrive.

De rechtbank acht niet onaannemelijk dat de kinderpornografische bestanden ongewild, als bijvangst, met de downloads zijn meegekomen.

Een deel van de kinderpornografische afbeeldingen bevond zich in de mappen ‘downloads’ en ‘music’. De overige bestanden waren opgeslagen in de prullenbak en in dropbox cache mappen of waren thumbnails.

Anders dan door de officier van justitie is gesteld, is de rechtbank van oordeel dat de constatering van de digitaal rechercheur, dat voor bepaalde bestanden een ‘actieve actie van de gebruiker’ vereist was voor het plaatsen in de diverse mappen, niet zonder meer met zich brengt dat verdachte kennis moet hebben gehad van de aard van de bestanden. Zeker wanneer, zoals door verdachte gesteld, vanuit de map ‘downloads’ mappen werden verplaatst en de resterende mappen en bestanden werden verwijderd, kan dit niet zomaar worden aangenomen. Bovendien speelt ook hier een rol dat de hoeveelheid aangetroffen kinderpornografisch materiaal in verhouding tot de omvang van de andere media zeer gering was.

De rechtbank is van oordeel dat geen bewijs voorhanden is dat verdachte op de hoogte was van de kinderpornografische afbeeldingen op zijn notebooks.

Eveneens anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte veelvuldig materiaal, waaronder legale porno, downloadde, op zichzelf onvoldoende is om voorwaardelijk opzet op het bezit van de aangetroffen kinderporno aan te nemen. Dit zou wellicht anders zijn wanneer verdachte eerder met kinderpornografisch materiaal op zijn notebooks was geconfronteerd, dan wel dat hij ongericht, zonder onderscheid te maken naar de inhoud, bestanden vanaf pornosites had gedownload. In deze zin dient ook de door de officier van justitie aangehaalde uitspraak van de rechtbank Utrecht te worden gelezen.

In het onderhavige geval is van dergelijke omstandigheden echter niet gebleken.

De rechtbank is van oordeel dat bij verdachte ook geen voorwaardelijk opzet op het in bezit hebben van de kinderpornografische bestanden kan worden aangenomen.

4.3.4.

Verdachte heeft op 12 oktober 2014 een grote hoeveelheid bestanden vanaf één van zijn notebooks naar Skydrive geüpload. Daartussen zaten ook de 36 kinderpornografische bestanden zoals ten laste gelegd in feit 1. Nu de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat verdachte deze bestanden niet opzettelijk in bezit heeft gehad, kan verdachte ook met betrekking tot deze upload geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag in hoeverre het uploaden van kinderpornografische bestanden naar een ‘eigen’ cloud account als ‘aanbieden’ kan worden gekwalificeerd, kan daarom in het midden blijven.

4.3.5.

Nu niet bewezen kan worden dat verdachte het in beslag genomen kinderpornografische materiaal opzettelijk in bezit heeft gehad, zal de rechtbank verdachte van de beide ten laste gelegde feiten vrijspreken.

5 Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- computer, Asus (5089283)

- computer, Packard Bell (5089292),

dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, nu, niettegenstaande vrijspraak, kan worden vastgesteld dat op deze voorwerpen kinderpornografische afbeeldingen waren opgeslagen en aldus een strafbaar feit is begaan, en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

6 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart de dagvaarding partieel nietig, waar het betreft feit 1, de eerste 8 genoemde afbeeldingen, met de bestandsnamen 13.jpg, 18.jpg, 19.jpg, 2.jpg, 23.jpg, 35.jpg, 6.jpg en _gzsvshb4.jpg.

Verklaart het ten laste gelegde voor het overige niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- computer, Asus (5089283)

- computer, Packard Bell (5089292)

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Leijten, voorzitter,

mrs. L.R. Wisse en M. Snijders Blok-Nijensteen, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 januari 2018.