Strafrecht overig
TBS verlenging met 2 jaar.
Rechtbank Amsterdam, 9 april 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:2878 · Rechtbank Amsterdam · 9 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2019-2878
Zaakgegevens
Op 9 april 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 april 2019
- Datum publicatie
- 18 april 2019
- Zaaknummer
- 13-654037-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:2878
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TBS verlenging met 2 jaar.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13-654037-16
Beslissing op de op 1 maart 2019 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 28 februari 2019 in de zaak tegen:
[Terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
thans verblijvende in FPC [naam FPC]
,
die bij vonnis van deze rechtbank van 20 september 2016 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd.
De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het op 18 februari 2019 op grond van artikel 509o, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: FPC) [naam FPC] , strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overlegde wettelijke aantekeningen.
De rechtbank heeft op 9 april 2019 de officier van justitie mr. P. van Laere, de ter beschik-kinggestelde en diens raadsman mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige R. Ritsema, als assistent behandelcoördinator verbonden aan FPC [naam FPC] , in openbare raadkamer gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De beoordeling
Aan genoemd advies van FPC [naam FPC] van 18 februari 2019 wordt het volgende ontleend.
Kernproblematiek
Betrokkene is gediagnostiseerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking in combinatie met stoornissen in het gebruik van cannabis en amfetamine. Laatstgenoemde is in remissie onder toezicht.
Behandelverloop
Betrokkene is sinds 18 april 2017 opgenomen in het FPC [naam FPC] . Gedurende zijn verblijf op de instroomafdeling en een behandelunit hebben zich meerdere situaties voorgedaan waarin hij zich dreigend of agressief heeft opgesteld naar medepatiënten en eenmaal naar een behandelcoördinator. Sinds 15 maart 2018 is betrokkene overgeplaatst naar de [naam afdeling] . Op deze afdeling is hij doorgaans goed gestemd en goed in het contact. Betrokkene heeft de VERS-training afgerond, met als eindresultaat een emotiehanteringsplan. Daarmee wordt sindsdien gewerkt, met als resultaat dat spanningen en emoties bij betrokkene beter in te schatten zijn (ook voor hemzelf) en bespreekbaar zijn geworden. Daarnaast heeft hij de delictscenarioprocedure afgerond. Hij werkt bij de boerderij op de kliniek. Betrokkene beseft dat er nog gewerkt moet worden aan zijn agressieproblematiek en dat zijn behandeling waarschijnlijk nog jaren zal duren. Tevens is het positief dat hij begin januari 2019 heeft ingestemd met het gebruik van agressie remmende medicatie, waarmee hij vlak daarna is gestart. Sinds oktober 2018 beschikt de kliniek over een machtiging begeleid verlof. De verloven die tot nu toe hebben plaatsgevonden, zijn positief verlopen.
Recidiverisico
Het ingeschatte recidiverisico, op basis van de HKT-r en de PCL-r score is hoog in geval van (voorwaardelijke) beëindiging van de maatregel.
Koers en prognose
Leeftijd is een gunstige factor bij betrokkene. Daar er sprake is van multi-problematiek bij een verstandelijk beperkte man, wordt verwacht dat betrokkene blijvend begeleiding nodig zal hebben. De mate van toezicht zal afhangen van de mate waarin hij zal profiteren van de behandeling.
Advies
Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling van betrokkene met twee jaar te verlengen.
De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van of meer personen.
Het uitgangspunt bij verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar, de terbeschikkingstelling in principe verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren.
Uit het advies van de kliniek en de toelichting daarop van de deskundige ter zitting komt naar voren dat er voor betrokkene nog een lange weg te gaan is. Er zijn meerdere therapieën geïndiceerd. De rechtbank constateert dat er positieve stappen gezet zijn, zo is bijvoorbeeld het verlof van dubbel beveiligd naar dubbel begeleid gegaan. Aan de andere kant ziet de rechtbank ook dat het met kleine stappen gaat, dit blijkt ook uit de recente incidenten en de recente positieve uitslag bij een urinecontrole. De rechtbank wil de terbeschikkinggestelde geen verkeerd signaal geven door de terbeschikkingstelling thans te verlengen met één jaar. De rechtbank hoopt dat de terbeschikkinggestelde zijn motivatie om de positieve lijn vast te houden haalt uit het succes dat hij thans al heeft geboekt.
Gelet op het vorenstaande is niet te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar geïndiceerd is. Het verzoek van de raadsman om de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar wijst de rechtbank af.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [Terbeschikkinggestelde] voornoemd met twee jaar.
Wijst af het verzoek om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. L. Dolfing, voorzitter,
mrs. I. Mannen en J.I.M. Kuin, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.W.T. Klappe en E.J.M. Veerman, griffiers,
en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 9 april 2019.
.